Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
‘Wij hebben elkaar zojuist telefonisch gesproken naar aanleiding van jouw vele mails en AFAS-berichtgeving. Ik begrijp dat jij in een voor jou vervelende positie gekomen bent maar de houding en het gedrag wat jij hebt aangenomen in de communicatie naar jouw TL, Pol, RAC en het ROC toe is onacceptabel. Op verzoek van HR ga jij hier ook een schriftelijke waarschuwing voor krijgen omdat dit gedrag is wat wij binnen Trigion niet accepteren. Hierbij de bevestiging zoals gevraagd per mail dat [naam 1] jouw praktijk opleider blijft. Als jij het hier niet mee eens bent staat het jouw vrij om jouw opleiding en dienstverband bij Trigion te beëindigen. Ook zal er op korte termijn een gesprek ingepland worden. Gezien de uitval van jouw TL kan ik jou nog geen datum aangeven maar wij vanuit Trigion doen er alles aan om dit zo snel mogelijk te realiseren. (…)'
‘Nadat wat u heeft geschreven, zal ik over de weekend nadenken en een beslissing nemen, maar in principe ga ik hiermee de opleiding stoppen. Op maandag als dit mij besluit is, ga ik het officiële de hr laten weten.’
e-mail, met brief gedateerd op 10 november 2024, verzonden. In die brief staat onder meer:
‘(…) hiermee deel ik met jullie mee, dat ik met onmiddellijke ingang de werkzaamheden tijdens de stage bij Trigion ga stoppen (…).’
Hiermee wil ik jullie ook informeren dat ik ziek ben en ermee ziekmelden.’
3.12. Bij brief van 4 december 2024 heeft Trigion [appellant] opnieuw uitgenodigd voor een gesprek en is [appellant] erop gewezen dat de organisatie ook een vertrouwenspersoon heeft tot wie hij zich kan wenden.
‘(…) Wij schrijven deze brief om te bevestigen dat u sinds 11 november 2024 niet meer op uw werk bent verschenen. Ondanks herhaaldelijke pogingen van onze kant om contact met u op te nemen via telefoon, e-mail en post, hebben wij geen enkele reactie van u ontvangen. (…) Gezien uw langdurige afwezigheid en het uitblijven van enige vorm van communicatie, gaan wij ervan uit dat u uw dienstverband bij Trigion Beveiliging B.V. heeft beëindigd. Wij verzoeken u vriendelijk om deze brief te beschouwen als een formele bevestiging van de beëindiging van uw dienstverband per 11 november 2024. (…)’
‘(…) vanwege het gebrek aan actie van jullie kant, ben ik ziek gemeld en ben nog steeds ziek gemeld (…).’
4.Eerste aanleg
5.Beoordeling
‘Gezien uw langdurige afwezigheid en het uitblijven van enige vorm van communicatie, gaan wij ervan uit dat u uw dienstverband bij Trigion Beveiliging B.V. heeft beëindigd. Wij verzoeken u vriendelijk om deze brief te beschouwen als een formele bevestiging van de beëindiging van uw dienstverband per 11 november 2024. (…)’Het hof oordeelt dat uit de brief niet volgt dat Trigion daarbij de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. In de brief bevestigt Trigion een beëindiging van de arbeidsovereenkomst door [appellant] . Uit de omstandigheden dat [appellant] geen loon heeft ontvangen of Trigion geen re-integratiemaatregelen heeft genomen, kan ook niet worden afgeleid dat Trigion met voornoemde brief de arbeidsovereenkomst heeft beëindigd, omdat het loon al sinds 11 november 2024 niet meer werd voldaan (de dag nadat [appellant] had gemeld niet meer te komen en waarna hij niet meer op het werk is verschenen). Bovendien heeft Trigion ook na 13 december 2024 aan [appellant] loonstroken beschikbaar gesteld, is [appellant] niet aangemeld als uit dienst bij relevante instanties en heeft er geen eindafrekening plaatsgevonden. Deze omstandigheden duiden erop dat Trigion de arbeidsovereenkomst niet heeft opgezegd. Uit de mededeling van 13 december 2024 heeft [appellant] ook niet mogen begrijpen en ook niet daadwerkelijk begrepen dat Trigion de arbeidsovereenkomst met die mededeling beëindigde. Dat blijkt daaruit dat [appellant] op verschillende momenten na die datum zich tot Trigion als zijn werkgever wendde, onder meer met mededelingen over de klacht met betrekking tot zijn bejegening en over zijn bereidheid en mogelijkheden om de arbeid daadwerkelijk te hervatten. Deze grief tegen het oordeel van de kantonrechter dat de arbeidsovereenkomst is blijven voortduren en op 19 augustus 2025 van rechtswege is geëindigd, slaagt daarom niet. De verzoeken van [appellant] gebaseerd op de door hem gestelde opzegging van de arbeidsovereenkomst zijn niet toewijsbaar.