Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1491

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
23-001178-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 57 SrArt. 63 SrArt. 311 SrArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor diefstal door braak van elektrische Fatbike, helmen en accu’s

Het gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en in hoger beroep de verdachte veroordeeld voor vier feiten van diefstal door middel van braak en/of verbreking. De feiten betreffen het wegnemen van een elektrische Fatbike, meerdere motorhelmen en accu’s in Haarlem in oktober 2024 en februari 2025.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gekwalificeerde diefstallen waarbij hij zich toegang verschaft heeft door braak en/of verbreking. Het hof achtte de schuld wettig en overtuigend bewezen en wees de eerdere subsidiaire bewezenverklaring af. De verdachte heeft een strafblad met eerdere vermogensdelicten, wat meegewogen is bij de strafoplegging.

De opgelegde straf is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden, met aftrek van voorarrest. Daarnaast is de verdachte veroordeeld tot een schadevergoeding van €50 voor het vernielde fietsslot aan de benadeelde partij. De vordering tot verdere schadevergoeding is niet toegewezen omdat deze niet opnieuw is gevorderd in hoger beroep.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf en €50 schadevergoeding voor diefstal door braak.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001178-25
datum uitspraak: 26 mei 2026
VERSTEK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam, gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 15 mei 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-056157-25 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 mei 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1. primair
hij op of omstreeks 17 februari 2025 en/of 18 februari 2025 te Haarlem een elektrische Fatbike (OUXY V8), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
1. subsidiair
hij op of omstreeks 20 februari 2025 te Haarlem, een elektrische Fatbike (OUXY V8), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
2.
hij op of omstreeks 18 oktober 2024 te Haarlem meerdere helmen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, en/of inklimming;
3.
hij op of omstreeks 8 oktober 2024 te Haarlem een accu, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
4.
hij op of omstreeks 8 oktober 2024 te Haarlem een accu, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof ten aanzien van feit 1 tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1. primair
hij omstreeks 17 februari 2025 te Haarlem een elektrische Fatbike (OUXY V8) die aan [benadeelde partij] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
2.
hij op 18 oktober 2024 te Haarlem helmen die aan [slachtoffer 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking;
3.
hij op 8 oktober 2024 te Haarlem een accu die aan [slachtoffer 2] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
4.
hij op 8 oktober 2024 te Haarlem een accu die aan [slachtoffer 3] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Hetgeen onder 1 primair, 2, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 primair, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 primair, 3 en 4 bewezenverklaarde levert op:
telkens: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 primair, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder feit 1 subsidiair, feit 2, feit 3 en feit 4 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder feit 1 primair, feit 2, feit 3 en feit 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, met aftrek van het voorarrest.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere gekwalificeerde diefstallen waarbij hij een fatbike, motorhelmen en accu’s van fatbikes heeft weggenomen. Door het handelen van de verdachte heeft hij er blijk van gegeven geen respect te hebben voor andermans eigendommen. Bovendien heeft de verdachte forse schade en overlast bezorgd aan de slachtoffers. Met name de schade aan de winkel waaruit de motorhelmen zijn gestolen was zeer fors: een glazen voordeur lag volledig aan gruzelementen en het glas uit een vitrinekast was vernield.
Uit het strafblad van de verdachte volgt dat hij eerder veelvuldig voor vermogensdelicten onherroepelijk is veroordeeld. Het hof weegt dit ten nadele van de verdachte mee bij het bepalen van de straf.
Gelet op de ernst van de feiten en deze recidive volstaat geen andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft het hof acht geslagen op de straffen die in soortgelijke gevallen door rechters worden opgelegd. Voorts heeft het hof het bepaalde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht in aanmerking genomen.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.245,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 50,00 voor het vernielde fietsslot. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.
De advocaat-generaal heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij conform het vonnis waarvan beroep toe te wijzen.
Uit het onderzoek ter terechtzitting en de vordering van de benadeelde partij bezien in samenhang met het procesdossier (in het bijzonder pagina 159), is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden bestaande uit het vernielde fietsslot. De vordering is in zoverre door de verdachte niet betwist en komt het hof niet onrechtmatig of ongegrond voor. Het hof zal de omvang van de materiële schade vaststellen op € 50,00. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.
Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 50,00 (vijftig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 50,00 (vijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 18 februari 2025.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. T. de Bont, mr. D.A.C. Koster en mr. R.A.E. van Noort, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Kuvel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 mei 2026.
Mr. R.A.E. van Noort en mr. S.B. Kuvel zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]