ECLI:NL:GHAMS:2026:1471
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Klacht tegen gerechtsdeurwaarder niet-ontvankelijk wegens gebrek aan eigen belang
In deze civiele zaak heeft klager beroep ingesteld tegen een beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders, waarin een klacht van de partner van klager tegen een gerechtsdeurwaarder ongegrond werd verklaard. Klager stelde dat de gerechtsdeurwaarder onjuiste verklaringen had afgelegd over de locatie van een in beslag genomen laptop.
Het hof heeft het geschil inhoudelijk onderzocht en vastgesteld dat de klacht oorspronkelijk door de partner van klager was ingediend en dat klager zelf geen direct belang had bij de klacht. De gerechtsdeurwaarder voerde aan dat klager niet-ontvankelijk was in het hoger beroep omdat de klacht niet op hem betrekking had.
Het hof bevestigde dat voor het indienen van een klacht in een tuchtprocedure een voldoende eigen belang vereist is. Omdat de laptop eigendom was van de partner van klager en de klacht door haar was ingediend, ontbrak het klager aan dit belang. Ook de stelling van klager dat er sprake was van een langlopend patroon van handelen en communiceren door de gerechtsdeurwaarder bracht hierin geen verandering.
Daarom vernietigde het hof de eerdere beslissing en verklaarde de klacht van klager niet-ontvankelijk. De gerechtsdeurwaarder was niet verschenen bij de zitting, maar had wel schriftelijk gereageerd. Het hof heeft de procedure zorgvuldig gevolgd en partijen gelegenheid gegeven te reageren.
De uitspraak werd op 26 mei 2026 door het hof Amsterdam uitgesproken door de rolraadsheer namens de kamer civiel recht en belastingrecht.
Uitkomst: Klacht van klager tegen gerechtsdeurwaarder wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan eigen belang.