ECLI:NL:GHAMS:2026:1457
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietigingsrecht effectenleaseovereenkomsten en verjaring volgens artikel 1:88 en 1:89 BW
In deze civiele zaak staat centraal of de vrouw het recht tot vernietiging van effectenleaseovereenkomsten, gesloten door haar echtgenoot zonder haar schriftelijke toestemming, heeft verloren door verjaring. De vrouw heeft de vernietiging ingeroepen op grond van artikel 1:89 BW Pro in samenhang met artikel 1:88 BW Pro. Dexia betwist dit en stelt dat de vordering tot vernietiging is verjaard.
Het hof kwalificeert de effectenleaseovereenkomsten als koop op afbetaling en bevestigt het vernietigingsrecht van de vrouw. De verjaringstermijn van drie jaar vangt aan op het moment dat de vrouw daadwerkelijk bekend werd met de overeenkomst. Dexia voert aan dat de vrouw door betalingen vanaf een en/of-rekening vóór 13 maart 2000 bekend was met de overeenkomsten, wat het hof als een bewijsvermoeden aanneemt.
Het hof geeft de vrouw de mogelijkheid tot het leveren van tegenbewijs, onder meer door getuigenverhoor, en houdt verdere beslissing aan. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 26 mei 2026.
Uitkomst: Het hof laat de vrouw toe tegenbewijs te leveren tegen het bewijsvermoeden dat zij vóór 13 maart 2000 bekend was met de effectenleaseovereenkomsten en houdt verdere beslissing aan.