ECLI:NL:GHAMS:2026:1407
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over gezag, zorgregeling, alimentatie en verdeling huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding
In deze zaak staat het hoger beroep centraal over diverse nevenvoorzieningen na ontbinding van het huwelijk van partijen, waaronder het gezag over de minderjarige kinderen, de zorgregeling, kinderalimentatie, partneralimentatie en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.
De rechtbank had eerder het gezamenlijk gezag gehandhaafd, een zorgregeling vastgesteld voor een van de kinderen, alimentatiebedragen bepaald en de verdeling van de woning en andere goederen geregeld. De man en vrouw zijn het niet eens over diverse onderdelen, waaronder de alimentatiebedragen, de verjaardagenregeling, de verdeling van rentecontracten verbonden aan de woning en de toedeling van spaargeld.
Het hof heeft het gezamenlijk gezag bekrachtigd, gelet op het belang van de kinderen en de omstandigheden, ondanks de moeizame communicatie tussen de ouders. De zorgregeling is aangevuld met een verjaardagenregeling en de Kerstvakantie wordt gelijk verdeeld. De alimentatiebedragen zijn aangepast op basis van een nieuwe draagkrachtberekening, waarbij de man een hogere draagkracht wordt toegekend dan de rechtbank had vastgesteld. De verdeling van de woning wordt bevestigd, waarbij de rechten uit de rentecontracten aan de man worden toegedeeld indien hij de woning krijgt toegewezen. Verder wordt de man veroordeeld tot betaling van de helft van het spaargeld aan de vrouw, en wordt de vrouw binnen zes maanden in het bezit gesteld van gezinsfoto’s. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het gezamenlijk gezag, past alimentatiebedragen aan, regelt de zorg- en verjaardagenregeling, en bepaalt de verdeling van de woning en spaargeld met toedeling van rentecontracten aan de man.