Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1354

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
200.296.434/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging enquêteprocedure en onmiddellijke voorziening bij besloten vennootschappen

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een enquêteprocedure gericht op het beleid en de gang van zaken van drie besloten vennootschappen over de periode vanaf 3 mei 2013. Bij eerdere beschikkingen in juni 2022 was een onderzoek bevolen en was H.J.W.M. Kuijpers benoemd tot bestuurder van de betrokken vennootschappen als onmiddellijke voorziening.

In mei 2026 berichtte de OK bestuurder dat het onderliggende geschil tussen partijen was opgelost en dat hij zich per 11 maart 2026 had uitgeschreven als bestuurder bij de Kamer van Koophandel. De secretaris van de Ondernemingskamer ontving geen tegenbericht tegen de beëindiging van de procedure.

Gezien het ontbreken van bezwaren en het wegvallen van het belang bij voortzetting, besloot de Ondernemingskamer het onderzoek en de onmiddellijke voorziening met ingang van de datum van de beschikking te beëindigen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026.

Uitkomst: De Ondernemingskamer beëindigt het bevolen onderzoek en de onmiddellijke voorziening wegens oplossing van het geschil.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.296.434/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 19 mei 2026
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
1.
[zoon A],
wonende te [plaats] ,
2.
[zoon B],
wonende te [plaats] ,
VERZOEKERS,
advocaat:
mr. S.H.O. Aben, kantoorhoudende te Weert,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[de Holding],
gevestigd te [plaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[de werkmaatschappij],
gevestigd te [plaats] ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[de vastgoed vennootschap],
gevestigd te [plaats] ,
VERWEERSTERS,
e n t e g e n
1. de stichting
[STAK Holding],
gevestigd te [plaats] ,
2.
[vader],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat:
mr. J. Roest,kantoorhoudende te Eindhoven.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
  • verweerster sub 1 als [de Holding] ;
  • verweerster sub 2 als [de werkmaatschappij] ;
  • verweerster sub 3 als [de vastgoed vennootschap] ;
  • H.J.W.M. Kuijpers RA RV als de OK bestuurder.

1.Het verloop van het geding

1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 27 en 29 juni 2022 in deze zaak.
1.2
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [de Holding] , [de werkmaatschappij] en [de vastgoed vennootschap] over de periode vanaf 3 mei 2013, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding – H.J.W.M. Kuijpers RA RV benoemd tot bestuurder van [de Holding] , [de werkmaatschappij] en [de vastgoed vennootschap] .
1.3
Bij e-mailbericht van 6 mei 2026 heeft de OK bestuurder de Ondernemingskamer laten weten dat het aan de enquêteprocedure ten grondslag liggende geschil inmiddels is opgelost en dat hij zich per 11 maart 2026 bij de Kamer van Koophandel heeft uitgeschreven als bestuurder.
1.4
Bij e-mailbericht van 8 mei 2026 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer mr. Aben bericht dat zij van de OK bestuurder heeft vernomen dat het geschil dat ten grondslag lag aan het enquêteverzoek inmiddels tussen partijen is opgelost en dat de Ondernemingskamer er bij die stand van zaken, behoudens tegenbericht, vanuit gaat dat de enquêteprocedure en de daarin getroffen onmiddellijke voorzieningen kunnen worden beëindigd.
1.5
Tegenbericht is niet gekomen.

2.Gronden van de beslissing

Nu het geschil dat ten grondslag lag aan het enquêteverzoek tussen partijen is opgelost, er geen bezwaren zijn ontvangen tegen beëindiging van het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorziening en de Ondernemingskamer voorts niet is gebleken van enig belang dat zich tegen beëindiging verzet, zal de Ondernemingskamer het bij beschikking van 27 juni 2022 bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorziening beëindigen, een en ander met ingang van heden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
beëindigt met ingang van heden het bij haar beschikking van 27 juni 2022 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van [de Holding] , [de werkmaatschappij] en [de vastgoed vennootschap] , allen gevestigd te [plaats] , alsmede de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorziening;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.C. Meijer, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en dr. M.J.R. Broekema RV, raden, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026.