Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1347

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
200.356.240/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling onderzoeksbudget in enquêteprocedure MedEnvoy Global B.V.

In deze enquêteprocedure heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van MedEnvoy Global B.V. vanaf 11 januari 2021. De onderzoeker, mr. E.M. Soerjatin, heeft een plan van aanpak en een begroting van de kosten van het onderzoek ingediend, waarin het onderzoek is opgesplitst in twee fasen met een voorlopig totaalbudget van €68.000 exclusief btw.

Partijen, waaronder [aandeelhouder I Holding] c.s. en TU3, hebben de begroting van het onderzoeksbudget beoordeeld en geen bezwaren geuit. De Ondernemingskamer heeft de begroting getoetst en deze niet onredelijk bevonden.

Op basis hiervan heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek mag kosten voorlopig vastgesteld op €55.000 exclusief btw. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 9 april 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter, raadsheren en raden van de Ondernemingskamer.

Uitkomst: Het onderzoeksbudget voor het onderzoek naar MedEnvoy Global B.V. wordt vastgesteld op €55.000 exclusief btw.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.356.240/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 9 april 2026
inzake
in de enquêteprocedure
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[aandeelhouder I Holding],
gevestigd te [plaats] ,
2. de vennootschap naar buitenlands recht,
[aandeelhouder II Holding],
gevestigd te [plaats] ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EMDC MEDICAL B.V.,
gevestigd te Zutphen,
VERZOEKSTERS,
advocaten:
mr. M.V.A. Heuten, mr. V.M. Erpers Roijaardsen
mr. R.H. Boitelle, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MEDENVOY GLOBAL B.V.,
gevestigd te Leidschendam,
VERWEERSTER,
e n t e g e n
de vennootschap naar buitenlands recht
[aandeelhouder III Holding],
gevestigd te [plaats] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaten:
mr. K.C. Mensink, mr. K.P.D. Vermeulen,kantoorhoudende te ’s-Gravenhage en
mr. R.C. de Mol,kantoorhoudende te Amsterdam
in de uitstotingsprocedure
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[aandeelhouder I Holding],
gevestigd te [plaats] ,
2. de vennootschap naar buitenlands recht
[aandeelhouder II Holding],
gevestigd te [plaats] ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EMDC MEDICAL B.V.,
gevestigd te Zutphen,
VERZOEKSTERS,
advocaten:
mr. M.V.A. Heuten, mr. V.M. Erpers Roijaardsen
mr. R.H. Boitelle, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de vennootschap naar buitenlands recht
[aandeelhouder III Holding],
gevestigd te [plaats] ,
VERWEERSTER,
advocaten:
mr. K.C. Mensink, mr. K.P.D. Vermeulen,kantoorhoudende te ’s-Gravenhage en
mr. R.C. de Mol,kantoorhoudende te Amsterdam
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MEDENVOY GLOBAL B.V.,
gevestigd te Leidschendam,
BELANGHEBBENDE,
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen als volgt worden aangeduid:
[aandeelhouder I Holding] , [aandeelhouder II Holding] en EMDC Medical B.V. gezamenlijk als:
[aandeelhouder I Holding] c.s.
[aandeelhouder III Holding]
TU3

1.Het verloop van het geding

1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 12 februari en 17 februari 2026.
1.2
Voor zover nu van belang heeft de Ondernemingskamer bij die beschikkingen een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van MedEnvoy Global B.V. over de periode vanaf 11 januari 2021 en mr. E.M. Soerjatin te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.
1.3
Bij e-mail van 26 maart 2026 heeft de onderzoeker haar plan van aanpak (inclusief begroting van de kosten van het door haar te verrichten onderzoek) en onderzoeksprotocol met de Ondernemingskamer en partijen gedeeld. Bij e-mail van dezelfde dag zijn partijen door de secretaris van de Ondernemingskamer in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de begroting van de kosten van het onderzoek.
1.4
Bij e-mail van 1 april 2026 heeft [aandeelhouder I Holding] c.s. laten weten geen bezwaren te hebben tegen de begroting. Bij e-mail van diezelfde dag heeft TU3 laten weten geen opmerkingen te hebben.

2.De gronden van de beslissing

2.1
De Onderzoeker heeft in het plan van aanpak inclusief begroting van de kosten van het onderzoek toegelicht dat zij het onderzoek opsplitst in een eerste en een tweede fase. Voor de eerste fase heeft zij toegelicht welke werkzaamheden naar verwachting zullen moeten worden verricht, hoeveel tijd dat in beslag zal nemen en welke uurtarieven daarbij zullen worden gehanteerd. Voor de tweede fase heeft zij dit (met hantering van dezelfde uurtarieven) voorlopig ingeschat. Beide fases samen resulteren in een (voorlopig) begroot onderzoeksbudget van € 68.000 (exclusief btw), waarvan € 18.000 voor de tweede fase en dus onzeker. De onderzoeker stelt voor om het bedrag dat het onderzoek mag kosten voorlopig vast te stellen op € 55.000.
2.2
De Ondernemingskamer oordeelt als volgt. Nu er geen bezwaren zijn aangevoerd tegen de begroting van het onderzoeksbudget en de begroting de Ondernemingskamer niet onredelijk voorkomt, zal de Ondernemingskamer het onderzoeksbudget van de onderzoeker vaststellen als na te noemen.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek mag kosten vast op € 55.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. Wessels, voorzitter, mr. J.M. de Jongh en mr. E. Loesberg, raadsheren, en prof. dr. mr. A.J.C.C.M. Loonen en prof. dr. A.J. Brouwer RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.C.W. Wijffels, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.