Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
202 (tweehonderdtwee) dagen.
Gerechtshof Amsterdam
Op 20 januari 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 5 januari 2023. De verdachte, geboren in 1985 en thans gedetineerd in P.I. Alphen, was eerder veroordeeld voor vermogensdelicten met geweld. In deze zaak heeft het hof de verdachte schuldig bevonden aan het medeplegen van een straatroof met geweld en opzetheling van een auto. De rechtbank had de verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 19 maanden, maar het hof heeft deze straf vernietigd en een gevangenisstraf van 202 dagen opgelegd, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn en de omstandigheden van de zaak. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte samen met een ander geweld heeft gebruikt tegen het slachtoffer, wat heeft geleid tot ernstige verwondingen. De verdachte heeft ook een auto opzettelijk geheeld en zich schuldig gemaakt aan huisvredebreuk. Het hof heeft de ernst van de feiten en de recidive van de verdachte meegewogen in de strafoplegging. De op te leggen straf is gegrond op verschillende artikelen van het Wetboek van Strafrecht, en het hof heeft de beslissing van de rechtbank voor het overige bevestigd. De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof, waarbij de redelijke termijn van de procedure is overschreden, wat heeft geleid tot een strafkorting van 10%.