[eiseres] . is bij dagvaarding van 7 september 2024 (met spoed) in hoger beroep gekomen van de vonnissen van de rechtbank Amsterdam van 21 augustus 2024 (hierna ook: het eindvonnis), 14 juni 2023, 11 oktober 2023 en 8 juni 2022, onder bovenvermeld zaaknummer in conventie gewezen tussen [gedaagde ] als eiseres en [eiseres] . als gedaagde. De dagvaarding bevat de grieven.
[eiser] heeft bij dagvaarding een incidentele vordering ingesteld tot schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van het vonnis van 21 augustus 2024. Dit incident heeft [eiseres] . op 1 oktober 2024 ingetrokken.
[eiseres] heeft in de hoofdzaak in het principaal hoger beroep de volgende (bij memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep aangepaste) vorderingen ingesteld:
I. De vorderingen van geïntimeerde alsnog algeheel af te wijzen, althans enige af-— storting van pensioenaanspraken af te wijzen indien de afkoopsom daarvan niet gestort dient te worden onder een professionele verzekeraar, tegen aankoop van een direct ingaand ouderdomspensioen voor geïntimeerde;
II. Geïntimeerde te veroordelen om binnen 8 dagen na de dagtekening van het ten deze te wijzen arrest € 293.771 aan appellanten terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
III. Geïntimeerde te veroordelen om de door appellante sub 2 aan haar onverschuldigd uitgekeerde periodieke pensioentermijnen over de periode vanaf 1 april 2024 tot 1 oktober 2024 ad € 4.800,- binnen 8 dagen na de dagtekening van het ten deze te wijzen arrest aan appellante sub 2 terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
IV. Geïntimeerde te veroordelen om de door appellanten aan haar betaalde proceskosten ad € 15.978,64 aan hen terug te betalen binnen 8 dagen na de dagtekening van het ten deze te wijzen arrest, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
V. Geïntimeerde te veroordelen om binnen 8 dagen na de dagtekening van het ten deze te wijzen arrest aan appellanten te betalen de helft van de kosten van de deskundige, die zij ingevolge het vonnis aan of ten behoeve van die deskundige hebben betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening.
VI. Voorwaardelijk, voor het geval het Hof het vonnis van de rechtbank zou bekrachtigen op het stuk van de afstorting: geïntimeerde te gelasten alsnog de navolgende voorwaarden op te (laten) nemen in de statuten van de door [gedaagde ] opgerichte vennootschap, met wijziging in zoverre van de thans geldende bepalingen:
(a). De vennootschap heeft tot doel de uitkering van periodieke termijnen van het afgestorte pensioen dat aan [gedaagde ] toekomt uit hoofde van verevening op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding van in eigen beheer in [X] B.V. opgebouwd ouderdomspensioen;
(b) De vennootschap wordt bestuurd door tenminste twee personen, namelijk enerzijds [gedaagde ] en anderzijds ofwel één van de drie zonen van [gedaagde ] en [eiser] , ofwel een door de rechter benoemde onafhankelijk bestuurder; en
(c). Besluiten van het bestuur, waaronder besluiten tot uitkering of overdracht van enig geldbedrag, slechts bij unanimiteit van bestuurders kunnen worden genomen en dat elk besluit tot betaling of uitkering van enig individueel bedrag dat afzonderlijk of gezamenlijk met andere betalingen EUR 1.500 per maand overstijgt, een voorafgaand unaniem, schriftelijk bestuursbesluit (d.w.z. minimaal twee handtekeningen) vereist; en
(d). Het bestuur de vennootschap vertegenwoordigt en dat de bevoegdheid tot
vertegenwoordiging slechts toekomt aan twee gezamenlijk handelende bestuurders, zodat er géén zelfstandig bevoegde bestuurders zijn; en
(e) Er bij ontstentenis van een bestuurder geen rechtsgeldige besluiten kunnen worden genomen totdat in de ontstane vacature is voorzien, en er bij belet van een bestuurder geen rechtsgeldige besluiten kunnen worden genomen totdat het belet is opgeheven; en dat bij ontstentenis of belet van enig bestuurder de vertegenwoordigingsbevoegdheid van enige resterende bestuurder is geschorst;
(f). Wijziging van de statuten is uitgesloten.
Het onder VI onder a t/m f bepaalde op straffe van een dwangsom van € 5.000 per overtreding en per dag dat de overtreding voortduurt.
VII. Althans ten aanzien van het gevorderde sub I t/m VI. een zodanige beslissing te
geven als uw Hof in goede Justitie zal vermenen te behoren.
Het een en ander met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van de gedingen in
beide instanties, de nakosten daaronder begrepen.