Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter van 16 augustus 2024 bevestigd wat betreft de bewezenverklaring van zakkenrollerij, gepleegd door de verdachte samen met een medeverdachte. De politierechter had een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden opgelegd, maar het hof vernietigde deze straf en legde een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op.
De verdachte heeft een strafblad met een patroon van vermogensdelicten en heeft recent een aanzienlijke gevangenisstraf uitgezeten. Hij verwacht binnenkort vader te worden en werkt actief aan zijn resocialisatie, onder meer met ondersteuning van de reclassering bij huisvesting en schulden. Tevens heeft hij een baan in het vooruitzicht en gebruikt geen verdovende middelen meer.
Het hof acht het in het belang van zowel de verdachte als de samenleving om deze positieve ontwikkelingen niet te frustreren met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarom is gekozen voor een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd. De tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op een eventuele toekomstige uitvoering van de straf.
De straf is opgelegd op grond van de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 mei 2026.
Uitkomst: Het gerechtshof legt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden op voor zakkenrollerij.