ECLI:NL:GHAMS:2026:1226
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking door verdachte
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 23 januari 2024. Tijdens de zitting op 27 februari 2026 heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De raadsvrouw van verdachte heeft per e-mail op 30 januari 2026 aangegeven dat verdachte zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven en het hof verzoekt om niet-ontvankelijk te verklaren. Intrekking van het hoger beroep was niet meer mogelijk omdat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds was aangevangen op 17 november 2025.
Het hof heeft vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang is bij nader onderzoek van de zaak. Daarom verklaart het hof het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk. Mr. B. de Wilde was niet in staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet handhaven van bezwaren.