Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1216

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
23-001597-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 197a SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens behulpzaam zijn bij wederrechtelijk verblijf van vrouwen in illegale prostitutie

Het gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam inzake de verdachte die werd beschuldigd van mensensmokkel door het uit winstbejag behulpzaam zijn bij het verschaffen van verblijf aan meerdere vrouwen in Nederland, terwijl hij ernstige redenen had te vermoeden dat hun verblijf wederrechtelijk was.

De feiten betreffen het vervoeren en onderbrengen van vrouwen die in Nederland illegaal sekswerk verrichtten. Diverse controles en verklaringen van betrokkenen bevestigden dat de vrouwen niet gerechtigd waren om in Nederland te werken en dat de verdachte hen vervoerde en onderdak verschafte in ruil voor onder meer sigaretten en hasj. Uit onderzoek bleek dat de vrouwen voornamelijk uit Colombia kwamen en dat de verdachte handelde in samenwerking met een medeverdachte die een escortservice exploiteerde.

Het hof oordeelde dat de tenlastelegging van het in vereniging uit winstbejag behulpzaam zijn bij het verschaffen van verblijf aan vijf vrouwen wettig en overtuigend bewezen was. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het hof hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en zijn minder omvangrijke rol ten opzichte van de medeverdachte.

De straf weerspiegelt de ernst van het ondermijnen van het overheidsbeleid tegen illegale prostitutie en het bevorderen van het wederrechtelijk verblijf van vreemdelingen. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 30 april 2026.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens behulpzaam zijn bij het wederrechtelijk verblijf van vrouwen in de illegale prostitutie.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001597-24
datum uitspraak: 30 april 2026
VERSTEK (niet-gemachtigd raadsvrouw)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 3 juli 2024 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers
13-244288-22 (zaak A) en 13-153716-24 (zaak B) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats 1] ( [geboorteland 1] ) op [geboortedag 1] 1963,
adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 april 2026 en 30 april 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank vrijgesproken van wat aan hem in zaak B (parketnummer 13-153716-24) is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is daarom mede gericht tegen deze beslissing tot vrijspraak. Gelet op het bepaalde in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen deze vrijspraak.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, tenlastegelegd dat:
Zaak A (parketnummer 13-244288-22):
hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 november 2021 tot en met 1 november 2023 te Amsterdam en/of Hilversum en/of Haarlemmermeer en/of Heelsum en/of Ouderkerk aan de Amstel en/of Bussum, althans in Nederland, en/of Venezuela en/of Argentinië en/of Sovjet Unie en/of Oekraïne en/of Colombia en/of Brazilië en/of Cuba, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, (telkens) een ander of anderen, te weten
- [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag 2] 1996 te [geboorteland 2] en/of
- [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedag 3] 1984 te [geboorteplaats 2] en/of
- [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedag 4] 1992 te [geboorteland 3] en/of
- [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedag 5] 1996 te [geboorteland 4] en/of
- [slachtoffer 5] , geboren op [geboortedag 6] 1989 te [geboorteland 5] en/of
- [slachtoffer 6] , geboren op [geboortedag 7] 1996 te [geboorteland 6] en/of
- [slachtoffer 7] , geboren op [geboortedag 8] 1990 te [geboorteland 7] en/of
- [slachtoffer 8] , geboren op [geboortedag 9] 1998 te [geboorteland 4] en/of
- [slachtoffer 9] , geboren op [geboortedag 10] 1982 te [geboorteland 6] en/of
- een NN-persoon (zich noemende ‘ [slachtoffer 10] ’) en/of
- een NN-persoon (zich noemende ‘ [slachtoffer 11] ’) en/of
- [slachtoffer 12] , geboren op [geboortedag 11] 1994 te [geboorteland 4]
behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland of voornoemde perso(o)n(en) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,
en/of
uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland of voornoemde perso(o)n(en) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door
- één of meerdere van voornoemde perso(o)n(en) op te halen van het vliegveld Schiphol en/of
- één of meerdere van voornoemde perso(o)n(en) vervoerd en/of gebracht naar hotel(s) en/of woning(en) waar zij kon(den) verblijven en/of van waaruit zij haar/hun prostitutiewerkzaamheden konden verrichten;
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis en/of dat verblijf wederrechtelijk was
en verdachte van het plegen van dit feit een beroep of gewoonte heeft gemaakt.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen zal worden vernietigd, omdat het hof tot deels andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Bewijsoverweging

Feiten en omstandigheden
Het hof stelt, in overwegende mate in lijn met de rechtbank, de navolgende feiten en omstandigheden vast.
Nadat er al eerdere controles en meldingen zijn geweest die wijzen op illegale prostitutie en tewerkstelling in relatie tot medeverdachte [medeverdachte 1] en onder meer een woning aan de [adres 2] , vindt in die woning op 23 juni 2022 wederom een controle plaats. Buurtbewoners melden dat zij zien dat iedere dag andere mannen in en uit de woning lopen; het gaat vaak om korte bezoekjes. Bij de controle wordt in de woning een vrouw aangetroffen. Dit blijkt te [slachtoffer 6] te zijn, geboren in [geboorteland 6] . Zij verklaart dat zij in Spanje woont en naar Nederland is gekomen om te werken. Zij doet sekswerk, maar mag dit eigenlijk niet vertellen. Sinds twee of drie dagen is ze in de woning. Ze is hier terechtgekomen via een man, ‘ [medeverdachte 2] ’. ‘ [medeverdachte 2] ’ weet wat voor werk zij doet.
Op 17 juli 2022 omstreeks 07.15 uur begeven eenheden van de politie zich naar [adres 3] . Daar ziet de politie een vrouw, [slachtoffer 7] . De volgende dag verklaart zij dat zij via een vriendin genaamd [persoon 1] is uitgenodigd om naar Nederland te komen. [persoon 1] zou haar helpen om te gaan werken voor een uitzendbureau voor sekswerk. Het uitzendbureau staat in haar telefoon onder ‘ [naam 1] ’ met het nummer [telefoonnummer 1] . Zij is op basis van 50/50 aan het werk gegaan bij het uitzendbureau. ‘ [naam 1] regelde de woonruimte en de seksafspraken. Zij moest uitvoeren wat [naam 1] met de klant had afgesproken.
Op 9 augustus 2022 verrichten gemeentelijke toezichthouders een controle op meergenoemd adres aan de [adres 2] . De deur van de woning wordt geopend door de verdachte. In een van de slaapkamers in de woning trof de politie een vrouw aan die seksuele handelingen verrichtte met een man. De vrouw legitimeerde zich met een Venezolaans paspoort waarvan de geldigheid was verlopen, maar dat was voorzien van een visum bestemd voor vrij reizen door de Europese Unie. De vrouw bleek te zijn genaamd [slachtoffer 9] . De man verklaart dat hij tegen betaling gebruik maakte van de diensten van de vrouw. In de centrale toegangshal van de flat treft de politie een vrouw, [slachtoffer 8] . Zij
legitimeert zich met een Colombiaans paspoort, voorzien van twee (inreis)stempels met het jaartal 2018. De vrouw verklaart dat zij verblijft op ‘nummer [adres 2] ’.
Op 31 oktober 2023 vindt een controle plaats in een woning op het adres [adres 4] . In de woning worden de verdachte en [slachtoffer 12] aangetroffen. Een buurtbewoner verklaart dat mannen regelmatig bij zijn voordeur aankloppen en daarna in de richting van huisnummer [adres 4] weglopen. [slachtoffer 12] verklaart dat [medeverdachte 2] haar op 28 oktober 2023 heeft opgehaald. Zij is noodgedwongen in Nederland en onderhoudt haar familie in Colombia. [medeverdachte 2] houdt haar tegen in de woning, zodat zij niet weg kan. Zij moet 50 procent van haar inkomen aan hem afstaan. Later heeft zij aan de politie verklaard dat zij illegaal in Nederland is. Zij is uit eigen wil naar Nederland gekomen, maar werd verplicht voor [medeverdachte 2] te werken. [medeverdachte 2] maakt de advertenties op [website] . Na de seksafspraken geeft [persoon 2] hem de betalingen van klanten. [medeverdachte 2] berekent aan het eind van de dag wat de helft van de inkomsten is en geeft dit aan haar. Hij heeft gezegd dat hij degene is die alles controleert, omdat hij degene is die voor het werk zorgt.
[medeverdachte 1] is op 28 november 2022 aangehouden in een hotelkamer van het [hotel] . Tijdens de aanhouding van [medeverdachte 1] zijn in zijn hotelkamer meer telefoons in beslag genomen, waaronder een Samsung S20 (voorzien van goednummer 6269094). Deze telefoon is door de politie nader onderzocht. Op de telefoon is een Whatsapp- chatgesprek aangetroffen met het telefoonnummer [telefoonnummer 2] dat geregistreerd staat onder de naam ‘ [naam 2] ’. Uit de gesprekken volgt dat [medeverdachte 1] in samenwerking met [naam 2] vrouwen werft uit Spanje voor de seksuele dienstverlening in Nederland. De werving van deze vrouw richt zich niet alleen op vrouwen uit lidstaten van de Europese
Unie, maar ook uit landen daarbuiten. Het gaat om vrouwen die geen vergunde seksuele diensten in Nederland mogen verrichten.
De verdachte heeft aan de politie verklaard dat hij voor [medeverdachte 1] reed als chauffeur. Hij vervoert wie [medeverdachte 1] wil dat hij vervoert. Ook is het juist dat hij vaker is gecontroleerd met prostituees. Hij zet ze af bij de opgegeven adressen. Hij heeft samen met [medeverdachte 1] vrouwen opgehaald. De vrouwen verblijven bij [medeverdachte 1] in de woning en in hotels en komen meestal uit Colombia.
Juridisch kader
Voor een veroordeling wegens het misdrijf (mensensmokkel) van artikel 197a, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte uit winstbejag een ander behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl hij wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was.
Bij het bestanddeel ‘behulpzaam zijn bij’ gaat het erom of de verdachte de toegang, de doorreis of het (verdere) verblijf van de vreemdeling in enigerlei opzicht bevordert of gemakkelijk maakt. Van belang is dat de behulpzaamheid is voltooid, terwijl noch uit die delictsomschrijving noch uit de wetsgeschiedenis volgt dat vereist is dat de vreemdeling zich daadwerkelijk toegang heeft verschaft tot Nederland of een andere staat als bedoeld in artikel 197a Sr. Niet is vereist dat de verleende hulp moet hebben bestaan uit ‘actieve handelingen’.
Wederrechtelijk verblijf in Nederland
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat kan worden vastgesteld dat de in de tenlastelegging genoemde vrouwen, met uitzondering van ‘ [slachtoffer 10] ’ en ‘ [slachtoffer 11] ’ wederrechtelijk in Nederland hebben verbleven.
Uit het dossier volgt dat de vrouwen in Nederland prostitutiewerkzaamheden hebben verricht. Uit het in de hoger beroepsfase in het dossier gevoegde proces-verbaal van 31 maart 2026 volgt dat blijkens nader onderzoek in de politiesystemen en informatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst géén van hen gerechtigd was om in Nederland arbeid te verrichten.
Nu deze vrouwen in Nederland verbleven en arbeid verrichtten, en aan geen van de vrouwen een tewerkstellingsvergunning en/of machtiging tot voorlopig verblijf was afgegeven en zij bovendien niet op enige andere grond in Nederland legaal mochten werken, is het hof, met de rechtbank, van oordeel dat het verblijf in Nederland van deze vrouwen wederrechtelijk was.
Wetenschap van de wederrechtelijkheid
Ook is het hof van oordeel dat de verdachte minst genomen ernstige reden had te vermoeden dat de vrouwen wederrechtelijk in Nederland verbleven en dat zij niet mochten werken. Daartoe overweegt het hof als volgt.
In algemene zin geldt dat een ieder wordt geacht de wet te kennen en zich, waar nodig, daarin te verdiepen. Daarnaast zijn illegaal verblijf en migratie onderwerpen die voortdurend in de maatschappelijke en publieke aandacht staan.
De verdachte heeft tijdens zijn politieverhoor op 29 november 2022 verklaard dat hij voor [medeverdachte 1] reed, in ruil voor onderdak en spullen zoals sigaretten en hasj. De verdachte heeft verder verklaard dat hij denkt dat hij ongeveer tien tot twaalf vrouwen heeft rondgereden voor [medeverdachte 1] , dat hij deze vrouwen moest afzetten op adressen en dat hij ervan op de hoogte was dat het prostituees waren. De vrouwen verbleven in hotels en spraken voornamelijk Spaans en Italiaans. De meeste vrouwen kwamen volgens de verdachte uit Colombia. Daarnaast heeft de verdachte verklaard over [medeverdachte 1] : ‘
Ik vind zijn werk niet goed, vrouwenhandel.’ Op basis van al het voorgaande stelt het hof vast dat de verdachte op zijn minst ernstige redenen heeft gehad te vermoeden dat het verblijf in Nederland van de in de bewezenverklaring genoemde vrouwen wederrechtelijk was.
(Uit winstbejag) behulpzaam zijn bij verschaffen verblijf
De verdachte heeft de vrouwen van en naar de seksafspraken met klanten gereden. Hij is daarmee behulpzaam geweest bij het verschaffen van verblijf in Nederland. Ook meent het hof dat sprake is geweest van winstbejag bij de verdachte. Dit blijkt onder meer uit de omstandigheid dat de verdachte van [medeverdachte 1] , in ruil voor het rondrijden van de vrouwen, onderdak en spullen zoals sigaretten en hasj kreeg van [medeverdachte 1] .

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A (13-244288-22) tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in de periode van 9 mei 2022 tot en met 1 november 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met één ander, anderen, te weten
- [slachtoffer 6] , geboren op [geboortedag 7] 1996 te [geboorteland 6] en
- [slachtoffer 7] , geboren op [geboortedag 8] 1990 te [geboorteland 7] en
- [slachtoffer 8] , geboren op [geboortedag 9] 1998 te [geboorteland 4] en
- [slachtoffer 9] , geboren op [geboortedag 10] 1982 te [geboorteland 6] en
- [slachtoffer 12] , geboren op [geboortedag 11] 1994 te [geboorteland 4]
uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland of voornoemde personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door
- één of meerdere van voornoemde personen te vervoeren en brengen naar (een) hotel(s) en/of woning(en) waar zij konden verblijven en/of van waaruit zij haar/hun prostitutiewerkzaamheden konden verrichten;
terwijl hij, verdachte, en zijn mededader ernstige redenen hadden te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was.
Wat in zaak A meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in zaak A bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het in zaak A bewezenverklaarde levert op:
een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het in zaak A bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder zaak A bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechtbank is opgelegd.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in vereniging (uit winstbejag) behulpzaam zijn bij het verschaffen van verblijf in Nederland van vijf vrouwen, terwijl hij minst genomen ernstige reden had te vermoeden dat het verblijf van deze vrouwen wederrechtelijk was. De verdachte, die kampte met persoonlijke problematiek, heeft – in ruil voor onderdak en spullen zoals sigaretten en hasj – werkzaamheden verricht voor de medeverdachte [medeverdachte 1] , die een escortservice exploiteerde in de illegale prostitutiebranche. De verdachte bracht de vrouwen van en naar hun afspraken met klanten. Met zijn handelen heeft de verdachte het illegale verblijf van deze vrouwen in Nederland bevorderd en daarmee het daarop gerichte overheidsbeleid ondermijnd. Ook heeft hij bijgedragen aan de instandhouding van de illegale prostitutie in Nederland.
Gelet op de aard en ernst hiervan, is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf. Het hof houdt echter rekening met de omstandigheden dat de verdachte gedurende een kortere periode dan de medeverdachte betrokken is geweest en dat zijn rol in het geheel wezenlijk anders was dan die van de medeverdachte. Het hof acht in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden passend en geboden. Het hof ziet echter, mede gelet op de bijzondere preventieve werking die daarvan uitgaat, aanleiding om een gedeelte van deze straf in voorwaardelijke vorm op te leggen, opdat de verdachte in de toekomst ervan wordt weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen.
Het hof zal daarom aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaren, aan de verdachte opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63 en 197a van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in zaak B (parketnummer 13-153716-24) tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in zaak A (parketnummer 13-244288-22) tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in zaak A (parketnummer 13-244288-22) bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.A.A. Postma, mr. R. van der Heijden en mr. A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 april 2026.
mr. R. van der Heijden is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.