De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor schuldwitwassen van circa 70.096 euro afkomstig uit kinderopvangtoeslagfraude. In hoger beroep vernietigt het hof dit vonnis omdat het tot een andere bewezenverklaring komt. Het hof verklaart bewezen dat de verdachte tussen 22 april 2014 en 31 december 2016 schuldwitwassen pleegde van 19.398 euro.
De verdediging stelde dat de verdachte niet wist dat het geld van misdrijf afkomstig was vanwege ernstige psychische problemen en vertrouwen in haar partner die de kinderopvang regelde. Het hof acht dit niet wettig en overtuigend bewezen en oordeelt dat de verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de plaatsingsovereenkomsten onjuist waren en het geld uit misdrijf afkomstig was.
Het hof legt een geheel voorwaardelijke taakstraf van 80 uur op, rekening houdend met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het tijdsverloop sinds het bewezenverklaarde feit. Tevens constateert het hof een overschrijding van de redelijke termijn, maar ziet hiervan af in strafoplegging.