In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde witwasfeit. De verdachte werd ervan verdacht drie Rolex-horloges ter waarde van circa €71.800 contant te hebben gekocht, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze afkomstig waren uit een misdrijf.
Het bewijs bestond uit een melding van een ongebruikelijke transactie door een bedrijf en een identificatie met het rijbewijs van de verdachte. Tijdens het getuigenverhoor in hoger beroep bleek echter onduidelijk of de persoon die het rijbewijs toonde daadwerkelijk de verdachte was. De verdediging voerde aan dat de melding niet als bewijs mocht dienen omdat de melder niet als getuige was gehoord.
Het hof oordeelde dat het bewijs niet voldeed aan de vereiste mate van wettigheid en overtuiging. Daarom werd de verdachte vrijgesproken. Tevens gelastte het hof de teruggave van twee in beslag genomen Blackberry-telefoons aan de verdachte. Een voorwaardelijk verzoek om een getuige te horen werd niet behandeld omdat de vrijspraak werd uitgesproken.