Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
mr. D.J.M. Langeen
mr. S.G.H. Nieuwendijk, beiden kantoorhoudende te Haarlem,
mr. J.C. van Nassen
mr. J.W. de Boerbeiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. J.W. de Grooten
mr. R.R. de Kruijf, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
Inleiding
- het verzoekschrift van 27 februari 2026 met producties 1 tot en met 69 van verzoekster;
- het verweerschrift van 30 maart 2026 met producties 1 tot en met 29 van verweerster;
- het verweerschrift van 30 maart 2026 met producties 1 tot en met 61 van TTCL;
- de brief van 7 april 2026 met aanvullende producties 70 tot en met 85 van verzoekster;
- de akte van 7 april 2026 met aanvullende producties 30 tot en met 37 van verweerster;
- de akte van 7 april 2026 met aanvullende productie 62 van TTCL.
L2Fiber). De Ondernemingskamer wijst daarbij op het openen van een separate bankrekening door [A] en [B] ten name van verzoekster, het ontvangen van bedrijfsgelden op deze bankrekening en een betaling van de advocaten van verzoekster van de genoemde bankrekening, die voldoende aanleiding vormen voor de schorsing.