Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1189

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
000018-26
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 529 SvArt. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand en onderzoek na strafzaak zonder strafoplegging

Het Gerechtshof Amsterdam behandelde een verzoek tot vergoeding van diverse kosten gemaakt in het kader van een strafzaak die zonder strafoplegging werd beëindigd. Het verzoek omvatte kosten voor het opstellen van informatiebrieven, rechtsbijstand in eerste aanleg en hoger beroep, alsmede parkeerkosten.

Na kennisname van de stukken en het horen van partijen in de raadkamer, oordeelde het hof dat de kosten voor het onderzoek en de rechtsbijstand billijk waren en toekenning verdienden. De strafzaak was geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, en het verzoek was tijdig ingediend.

Het hof wees het verzoek toe tot een bedrag van €5.126,22, inclusief vergoeding voor onderzoekskosten, rechtsbijstand in eerste aanleg en hoger beroep, reiskosten en kosten van de verzoekschriftprocedure. De beschikking werd op 8 april 2026 uitgesproken en de betaling werd bevolen aan de Stichting Beheer Derdengelden van het advocatenkantoor.

Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €5.126,22 toe voor gemaakte kosten in verband met de strafzaak en verzoekschriftprocedure.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000018-26 (529 Sv) en 000306-25 (530 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-001121-24
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van de artikelen 529 en 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,
domicilie kiezende ten kantore van haar advocaat, mr. R.P.G. van der Weide,
Joh. Verhulststraat 113-h, 1071 MZ Amsterdam.

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 14 april 2025 ingekomen.
Op 9 februari 2026 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 25 februari 2026 de advocaat-generaal, verzoekster en de advocaat van verzoekster ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak in eerste aanleg ten bedrage van € 2.093,82;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak in hoger beroep ten bedrage van € 2.178,00;
parkeerkosten in verband met het bijwonen van de zittingen in eerste aanleg en hoger beroep
€ 19,40;
kosten gemaakt in het belang van het onderzoek, te weten het opstellen van informatiebrieven door drs. [persoon] [bedrijf] € 155,00;
Kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.

3.Beoordeling van het verzoek

Bij arrest van dit hof van 29 januari 2025 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Het hof is van oordeel dat de kosten waarvan een vergoeding wordt gevraagd onder d het belang van het onderzoek hebben gediend en dat het verzoek kan worden toegewezen tot een bedrag van € 155,00,te weten de vergoeding van een tweetal facturen van € 75,00 en € 80,00.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van:
- de onder a verzochte kosten rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak in eerste aanleg tot een bedrag van € 2.093,82;
- de onder b verzochte kosten rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak in hoger beroep tot een bedrag van € 2.178,00:
- de onder c verzochte reiskosten gemaakt ten behoeve van het bijwonen van de behandeling van de strafzaak tot een bedrag van € 19,40;
- de onder e verzochte kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 680,00.

4.Beslissing

Het hof :
Wijst het verzochte toe.
Kent aan verzoekster een vergoeding toe van € 5.126,22 (vijfduizend honderdzesentwintig euro en tweeëntwintig cent).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoekster.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.W.T. Klappe, J.L. Bruinsma en N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. B. Berberoğlu als griffier, is bij ontstentenis van de griffier alleen ondertekend door de voorzitter en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 8 april 2026.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 5.126,22 (vijfduizend honderdzesentwintig euro en tweeëntwintig cent). op bankrekeningnummer [iban] t.n.v. Stichting Beheer Derdengelden Advocatenkantoor Van der Weide te Amsterdam o.v.v. “ [verzoeker] / schade 530 Sv.”.
Amsterdam, 8 april 2026,
mr. A.W.T. Klappe, voorzitter.