Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1187

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
000463-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 OverleveringswetArt. 530 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen afwijzing verzoek schadevergoeding na voorlopige hechtenis

In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam die zijn verzoek tot schadevergoeding wegens de ondergane voorlopige hechtenis en de gemaakte kosten voor rechtsbijstand had afgewezen.

Het verzoek betrof een vergoeding van €8.660,00 voor de geleden schade door de voorlopige hechtenis en €680,00 aan kosten voor rechtsbijstand in de procedure. Het hof heeft het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld, maar omdat appellant geen grieven heeft ingebracht en het hof ook geen aanleiding ziet om anders te beslissen, wordt het hoger beroep afgewezen.

De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 8 april 2026. Appellant en zijn advocaat waren niet aanwezig bij de raadkamerzitting. De afwijzing betekent dat de eerdere beslissing van de rechtbank in stand blijft en appellant geen vergoeding ontvangt.

Uitkomst: Het gerechtshof wijst het hoger beroep af en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot schadevergoeding.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000463-25 (530 Sv) en 000464-25 (533 Sv)
parketnummer in eerste aanleg: 13-284129-23
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam van 25 juni 2024 op het verzoekschrift op de voet van artikel 67 van Pro de Overleveringswet en artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. M.C. Pedrotti,
Atoomweg 12, 1627 LE Hoorn.

1.Procesverloop

Het hoger beroep is op 11 juli 2024 ingesteld door verzoeker (hierna appellant).
Op 20 oktober 2025 is het standpunt van de advocaat-generaal kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 25 februari 2026 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant en zijn advocaat zijn niet in raadkamer verschenen.

2.Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 8.660,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.

3.Beoordeling

De rechtbank heeft de verzoeken onder a en b afgewezen.
Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
Omdat er door of namens appellant geen grieven zijn gesteld en het hof ook ambtshalve geen aanleiding ziet om tot een andere beslissing te komen dan de rechtbank, zal het hof het appel afwijzen.

4.Beslissing

Het hof:
Wijst het hoger beroep af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.W.T. Klappe, J.L. Bruinsma en N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. B. Berberoğlu als griffier, is bij ontstentenis van de griffier alleen ondertekend door de voorzitter en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 8 april 2026.