ECLI:NL:GHAMS:2026:1187
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- A.W.T. Klappe
- J.L. Bruinsma
- N.E. Kwak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen afwijzing verzoek schadevergoeding na voorlopige hechtenis
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam die zijn verzoek tot schadevergoeding wegens de ondergane voorlopige hechtenis en de gemaakte kosten voor rechtsbijstand had afgewezen.
Het verzoek betrof een vergoeding van €8.660,00 voor de geleden schade door de voorlopige hechtenis en €680,00 aan kosten voor rechtsbijstand in de procedure. Het hof heeft het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld, maar omdat appellant geen grieven heeft ingebracht en het hof ook geen aanleiding ziet om anders te beslissen, wordt het hoger beroep afgewezen.
De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 8 april 2026. Appellant en zijn advocaat waren niet aanwezig bij de raadkamerzitting. De afwijzing betekent dat de eerdere beslissing van de rechtbank in stand blijft en appellant geen vergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst het hoger beroep af en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot schadevergoeding.