In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 31 oktober 2024 bevestigd, met uitzondering van de strafoplegging en de beslissing op de vorderingen tot tenuitvoerlegging, die het hof vernietigde en opnieuw bepaalde.
De verdachte werd veroordeeld voor twee straatroven binnen 48 uur, waarbij twee nietsvermoedende personen werden bestolen van hun telefoon. Het hof hield rekening met de ernst van de feiten en de maatschappelijke impact, maar ook met de positieve persoonlijke ontwikkelingen van de verdachte sinds zijn terugkeer in de maatschappij, zoals deelname aan beschermd wonen, werk en schuldhulpverlening.
Daarom legde het hof een taakstraf van 240 uur op en een gevangenisstraf van 240 dagen waarvan 237 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke gevangenisstraffen werden afgewezen vanwege de positieve gedragsverandering van de verdachte.
Het hof benadrukte het belang van het ondersteunen van de duurzame gedragsverandering van de verdachte om recidive te voorkomen en de veiligheid in de samenleving te bevorderen. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 28 april 2026.