Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep ten aanzien van feit 2
Vonnis waarvan beroep
- het navolgende bewijsmiddel toevoegt;
- de navolgende bewijsoverweging ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde in de plaats stelt van die van de rechtbank (pagina 4 van het vonnis onder het kopje ‘
Toevoeging van een bewijsmiddel
verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 14 april 2026.
Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde
Oplegging van straffen
Vordering tenuitvoerlegging
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) dagen.
237 (tweehonderdzevenendertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.