Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1096

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
23-002218-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens intrekking

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 15 september 2025. Tijdens de voorbereiding gaf de raadsvrouw van verdachte per e-mail aan dat verdachte het hoger beroep niet wilde handhaven. Hierdoor trok verdachte zijn eerder opgegeven bezwaren in.

Het hof heeft vervolgens de vordering van de advocaat-generaal tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in hoger beroep in overweging genomen. Gezien het ontbreken van een rechtens te respecteren belang bij verdere behandeling en op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, verklaarde het hof verdachte niet-ontvankelijk.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 9 april 2026. Een van de rechters was verhinderd mede te ondertekenen. De beslissing betekent dat het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk is verklaard en het vonnis van de rechtbank Amsterdam daarmee in stand blijft.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002218-25
datum uitspraak: 9 april 2026
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 15 september 2025 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-235067-24 (zaak A), 13-329482-24 (zaak B), 13-120471-25 (zaak C) en 13-180587-23 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2009,
adres: [adres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 april 2026.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Nu namens de verdachte door zijn raadsvrouw voorafgaand aan de terechtzitting per e-mail van 8 april 2026 te kennen is gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wil handhaven, moet hij geacht worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.E. van Noort, mr. M. Iedema en mr. N.R.A. Meerbeek, in tegenwoordigheid van mr. S.S.I. Jackson, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 april 2026.
Mr. M. Iedema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.