Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
- naar algemene ervaringsregels bespreken echtgenoten het sluiten van effectenleaseovereenkomsten als de onderhavige met elkaar. Dat geldt in deze zaak te meer vanwege de totale leasesom van relatief grote omvang (€ 156.614,34);
- de effectenleaseovereenkomsten zijn via een tussenpersoon tot stand gekomen. Dit wordt door de echtgenote erkend en zij stelt dat zij enkel heeft begrepen dat het om een spaarregeling ging en niet wist waar of op welke wijze deze werd afgesloten. Doorgaans informeerden tussenpersonen afnemers tijdens een huisbezoek over de werking van de producten die zij aan de man brachten. Het is zeer aannemelijk dat de echtgenote een dergelijke uitleg niet is ontgaan, zij wel degelijk heeft begrepen dat het hier om een belegging in effectenleaseovereenkomsten van Dexia ging en zij dus direct bij de totstandkoming van de effectenleaseovereenkomsten van het bestaan daarvan op de hoogte is geraakt;
- op de effectenleaseovereenkomsten is een bedrag van € 9.444,84 aan incasso’s betaald. Een dergelijke uitgave kan niet zijn gedaan zonder dat dit is besproken;
- de afnemer heeft vanaf mei 1997 met betrekking tot de effectenleaseovereenkomsten op meerdere momenten poststukken van Dexia of haar rechtsvoorgangers ontvangen op het huisadres van de afnemer en de echtgenote. Het is onaannemelijk dat de echtgenote deze poststukken niet heeft opgemerkt;
- Dexia gaat er vanuit dat de afnemer en de echtgenote gezamenlijk hun belastingaangifte indienden en dat de echtgenote deze heeft gelezen voordat zij deze ondertekende. Zodoende heeft zij kunnen zien dat de afnemer de betaalde rente heeft afgetrokken.