Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.HOF CAPITAL B.V.,
[appellant],
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
- HEMA BondCo I in de vorm van Senior Secured Floating Rate Notes (hierna: SSNs) voor een bedrag van in totaal 600 miljoen euro, met een looptijd tot 15 juli 2022 tegen een jaarlijks op 15 juli te betalen rente van 6,25% + Euribor;
- HEMA Bondco II in de vorm van Senior Notes (hierna: SNs) voor een bedrag van in totaal 150 miljoen euro, met een looptijd tot 15 januari 2023 tegen een jaarlijks op 15 juli te betalen rente van 8,5%.
trusteede belangen van de Senior Secured Noteholders (hierna: SSN-houders) en Glas Trust Company LLC deed dit als
trusteevan de Senior Noteholders (hierna: SN-houders). Zowel de SSNs als de SNs waren genoteerd aan 'The International Stock Exchange', een effectenbeurs op Guernsey.
De HEMA-garanten stonden eveneens garant tegenover de SSN-houders via Senior Secured Notes Guarantees en tegenover de SN-houders via Senior Notes Guarantees.
(hedging derivaten;hierna: de hedgingsregelingen), aangegaan met ABN Amro en ING, om risico's met betrekking tot derivaten en valuta af te dekken.
event of defaultvan HEMA. Er waren
defaults(verzuimen) gedefinieerd die zagen op het verstrekken van de jaarrekening, op het niet betalen van rente en op het niet behalen van een minimum EBITDA
(Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization). Daarnaast had een verzuim van AMEH onmiddellijk en automatisch tot gevolg dat ook HEMA in verzuim kwam
(cross default)onder de RCF. In de SSN Indenture en in de SN Indenture waren eveneens de verplichtingen ten aanzien van de jaarrekening en het (niet) betalen van rente als opeisingsgronden opgenomen. Verder waren in de RCF, in de SSN Indenture en in de SN Indenture
cross acceleration-bepalingenopgenomen, die bepaalden dat opeising van één van die drie financiële instrumenten ook een opeisingsgrond vormde voor de andere twee.
offering memorandumals
riskfactor vermeld dat het niet voldoen van de PIK Notes door AMEH zou kunnen leiden tot een
cross defaultonder en opeising van de openstaande bedragen onder de RCF en, in geval van opeising van de RCF, tot opeising van de openstaande bedragen onder de SSNs en SNs. Verder is erop gewezen dat dit kan leiden tot een faillissement of een noodzakelijke herstructurering en dat in zo'n situatie mogelijk niet alle schulden betaald kunnen worden.
(Security Agent)van de schuldeisers onder de RCF, SSNs en SNs.
Intercreditor Agreement(hierna: ICA) gesloten tussen onder meer de HEMA-garanten, de RCF Banken, de banken van de hedgingsregelingen, de
Security Agenten de
trusteevan de SSN-houders en de SN-houders. De regeling daarin hield onder meer in dat de RCF, de SSNs en de hedgingsregelingen
pari passuwaren gerangschikt wat betreft het recht op en voorrang bij betaling, terwijl elke betaling op de SNs was achtergesteld bij betaling op andere financieringsinstrumenten. Aldus zouden de SN-houders als laatste uitkering krijgen in geval van een uitwinningsscenario. De ICA hield verder in dat een groep van SSN-houders die meer dan 50% van de hoofdsom van de SSNs hield, een
Instructing Groupkon vormen. De
lnstructing Groupkon de rechten van de SSN-houders uitoefenen (wat zij individueel niet konden), waaronder ook het recht om de
Security Agentals pandhouder te instrueren ten aanzien van de wijze van uitwinning van de zekerheden, ingeval een zekerheid afdwingbaar werd na een geval van verzuim, waardoor de schuld direct opeisbaar werd. De verkoop van de aandelen op grond van uitwinning van de verpande aandelen, vormde een
Distressed Disposal.In geval van een
Distressed Disposalwerd de
Security Agentals pandhouder tevens bevoegd om de SNs namens de SN-houders over te dragen aan de koper van de aandelen tegen een marktconforme prijs.
- 54 miljoen euro aan PIK Notes, uitgegeven door haar aandeelhouder AMEH en opeisbaar vanaf 15 juni 2020;
- 70 miljoen euro onder de RCF (looptijd tot januari 2022, waarvan 63 miljoen euro geleend en 7 miljoen euro benut voor bankgaranties);
- 600 miljoen euro aan SSNs uitgegeven door Hema BondCo I (looptijd tot 15 juli 2022; op 15 juli 2020 werd de jaarlijks te betalen rente verschuldigd);
- 150 miljoen euro aan SNs uitgegeven door Hema BondCo II (looptijd tot 15 januari 2023, op 15 juli 2020 werd de jaarlijks te betalen rente verschuldigd);
- de schulden onder de hedgingsregelingen.
"Agent"van de RCF Banken een
Waiver Letterverstrekt op verzoek van HEMA (in de
Waiver Letteraangeduid als
the Company). Deze
waivervoorkwam tijdelijk dat
(cross) defaultsonder de RCF zouden optreden als gevolg van het niet aflossen van de PIK Notes op 15 juni 2020 en het niet verstrekken van de jaarrekening op 1 juni 2020. In de
Waiver Letteris bepaald dat de
waiveruiterlijk een maand later, op 15 juli 2020, zou eindigen, tenzij voordien
“a lock-up agreement or further waiver between, among others, the Company and the Agent takes effect between the Company, the SSN Issuer, the Majority Senior Secured Noteholders, the Agent and the Lenders (...)”.
going concernworden doorverkocht aan een derde partij. In de LUA zijn
waiversverstrekt ten aanzien van verzuimen onder de RCF en de SSNs en is afgesproken dat geen betalingen meer zouden worden gedaan aan de SSN-houders en de SN-houders, waaronder de rentebetalingen die op 15 juli 2020 verschuldigd zouden worden. Op grond van de LUA hebben de partijen zich jegens elkaar verbonden om de overeengekomen herstructurering af te ronden en te implementeren overeenkomstig een gedetailleerd stappenplan. Het implementatieproces kan, voor zover in deze procedure relevant, als volgt worden samengevat:
- in Engeland zou een
- bij voldoende steun en goedkeuring van de Engelse rechter zouden de aandelen in HEMA, HEMA Bondco I en HEMA Bondco II worden verkocht en overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap (Newco), onder controle van de SSN-houders;
- onder meer de RCF, de SSNs en de SNs zouden daarbij worden overgedragen tegen een koopsom van 1 euro, met een omzetting van 316 miljoen euro aan SSNs in eigen vermogen van HEMA BondCo I. De resterende 284 miljoen euro zou aan SSNs blijven uitstaan. Vervolgens zou 300 miljoen euro van de opbrengstlening tussen HEMA BondCo I en HEMA worden omgezet in eigen vermogen in HEMA.
- Newco zou de waarde van de SNs tot nul terugbrengen door alle SNs in eigen vermogen in HEMA BondCo II om te zetten, en vervolgens de opbrengstlening tussen HEMA BondCo II en HEMA om te zetten in eigen vermogen in HEMA;
- HEMA BondCo I en II zouden directe dochtervennootschappen van HEMA worden;
- Newco zou onder meer de RCF en de resterende 284 miljoen euro aan SSNs onder bepaalde voorwaarden terug overdragen aan de RCF Banken en aan de SSN-houders, met een verlenging van de looptijd;
- de PIK Notes zouden jegens AMEH blijven uitstaan, zonder mogelijkheid van verhaal op HEMA;
- Ramphastos zou geen eigendomsbelang meer hebben in HEMA;
- er zou een M&A proces worden begonnen om Newco te verkopen.
Scheme of Arrangementplaatsvinden zoals beoogd in de LUA. Verder is op 14 juli 2020 de Ad hoc Group Helix Holdco (hierna: New Holdco) opgericht. New Holdco heeft vervolgens de Luxemburgse vennootschap Helix Newco S.a.r.l. (hierna: Newco) opgericht.
Scheme of Arrangementeen stemming plaatsgevonden. Hierbij hebben 133 SSN-houders (98,07% van de hoofdsom van de SSNs vertegenwoordigend) ermee ingestemd dat HEMA UK I Limited de beoogde herstructurering zou doorvoeren. Deze vennootschap werd gemachtigd om namens de SSN-houders de
Restructuring Implementation Deed(hierna: de RID) te ondertekenen. Op 24 augustus 2020 is de
Scheme of Arrangementgoedgekeurd door de Engelse rechter, waarna HEMA UK 1 Limited bevoegd was om namens de SSN-houders de RID te ondertekenen. In de RID – een akte naar Engels recht – is de herstructurering verder uitgewerkt en hebben partijen zich verbonden tot verdere uitvoering daarvan.
going concern-, kas- en schuldvrije basis (
debtfree, cash free going concern).
waiversvan de LUA. De
waiversvan de RID traden hiervoor in de plaats. De RID gaf
waiversvoor alle
defaultsvan HEMA onder de RCF en de SSNs, behalve de
defaultvan HEMA die ontstond onder de SSN Indenture nadat op 14 augustus 2020 de respijttermijn afliep van de op 15 juli 2020 verschuldigde rentebetaling van 9 miljoen euro op de SSNs. Vervolgens heeft de
SSN Trusteenamens de SSN-houders de onder de SSNs verschuldigde bedragen opgeëist wegens het onbetaald laten van rente op 15 juli 2020, en het niet herstellen van dat verzuim binnen de respijttermijn van 30 dagen. Hierdoor verkreeg de
Security Agentals pandhouder (GLAS), hiertoe geïnstrueerd door de
lnstructing Group, het recht om tot uitwinning van de verpande aandelen in HEMA over te gaan. Vervolgens heeft Newco een bod uitgebracht op de verpande aandelen, is een koopovereenkomst tot stand gekomen en is door de
Security Agentals pandhouder een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank Amsterdam voor toestemming voor onderhandse verkoop ex artikel 3:251 BW Pro aan Newco. Een dochtervennootschap van Hof Capital c.s. heeft in dat kader ook een bod op de verpande aandelen gedaan. Bij beschikking van 11 september 2020 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam toestemming gegeven voor de onderhandse verkoop van de aandelen aan Newco.
debt for equity swap). Newco heeft de SNs in een
debt for equity swapeveneens volledig omgezet in eigen vermogen in HEMA BondCo II. Hierna resteerden dus geen SNs meer. Op 19 oktober 2020 heeft HEMA voorts 42 miljoen euro aan nieuwe
private placements notesuitgegeven, die in 2025 door haar moesten worden terugbetaald.
4.Eerste aanleg
5.Beoordeling
in the money). Met grief III betogen Hof Capital c.s. dat de rechtbank de ontvankelijkheidsverweren van HEMA ten onrechte in het midden heeft gelaten nu de vorderingen van Hof Capital c.s. hadden moeten worden toegewezen.
Enforcement:
"Enforcement"means the enforcement of the Transaction Security, (…) the requesting of a Distressed Disposal and/or the release or disposal of claims and/or Transaction Security on a Distressed Disposal (…), the giving of instructions as to actions with respect to the Transaction Security following an Insolvency Event under Clause 9.7 (…) and the taking of any other actions consequential on (…) any of those actions (…).”
Event of Defaultonder de SN Indenture. Dit volgt uit de aanhef van de bepaling en uit de aanhef onder (1), waarop de bepalingen onder (2) en verder voortborduren. Daarin is immers, samengevat, bepaald dat de SN Houder zelf nakoming mag vorderen van opeisbare hoofdsom en rente indien zich een
Event of Defaultvoordoet. Daarnaast mag de SN Houder zelf rechtsmaatregelen treffen als de SN Trustee op de hoogte is gesteld van een
Event of Defaulten deze (door het vereiste aantal SN Houders) is verzocht rechtsmaatregelen te treffen, maar aan dat verzoek niet tijdig gehoor geeft. De vordering van Hof Capital is niet gegrond op een
Event of Defaultonder de SN Indenture, maar betreft, zoals het hof hiervoor heeft geoordeeld, een vordering op grond van onrechtmatige daad zodat deze niet valt onder het bereik van artikel 6.06 van de SN Indenture. Artikel 6.15 van de SN Indenture ziet evenmin op een vordering uit onrechtmatige daad, zoals HEMA overigens ook zelf tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft onderkend. Artikel 6.15 ziet immers erop dat SN Houders de SNs en de SN Indenture alleen kunnen afdwingen (
enforcen) op de manier zoals voorzien in de SN Indenture en onder de voorwaarden van de (Additional) ICA. De SN Indenture (artikel 6.06) is gelinkt aan een
Event of Defaulten staat niet in de weg aan de vordering uit onrechtmatige daad van Hof Capital c.s.; de SN Indenture kent verder geen definitie van
enforcementen in de ICA wordt dit begrip gerelateerd aan het afdwingen/uitwinnen van zekerheidsrechten. Gelet daarop heeft te gelden dat Hof Capital met hun vorderingen uit hoofde van onrechtmatige daad niet het afdwingen (in de zin) van de SNs en de SN Indenture nastreven. Deze uitleg is gebaseerd op een objectieve waardering van de tekst van de SN Indenture en geldt ongeacht of daarop Engels recht of Amerikaans recht (het recht van de staat New York) van toepassing is.
rating agenciesen beursanalisten in 2019 en 2020 (zie 3.14.– 3.16., 3.18. en 3.19.). Ook de destijds geldende beurskoersen van de SSNs en SNs, onder de nominale waarde, zijn daarvoor een indicatie. In het licht hiervan is voldoende komen vast te staan dat medio 2020 een reëel vooruitzicht op terugbetaling of herfinanciering van de schuldenlast van HEMA ontbrak. Dat de markt in 2017 bereid was geweest HEMA te financieren, of dat HEMA in april 2019 nog een groeistrategie had gepresenteerd, maakt dat niet anders. Dat betekent immers niet dat financiers daartoe enkele jaren later, onder andere en, ook door corona, gewijzigde omstandigheden, weer bereid zouden zijn. Ook de (algemene) stelling dat de kapitaalmarkten in 2020 gunstig waren, is niet relevant, nu dat niet betekent dat bereidheid bestond HEMA te financieren. Ook als andere ondernemingen na de coronapandemie wel konden herfinancieren en nieuwe financiering konden aantrekken, is dat niet relevant, en Hof Capital c.s. hebben ook niet toegelicht dat die in dezelfde omstandigheden verkeerden als HEMA.
lockdowns. In maart 2020 daalde de omzet, hetgeen de liquiditeitspositie van HEMA negatief beïnvloedde. HEMA kreeg verder negatieve publiciteit en haar kredietwaardigheid werd eind maart 2020 verder afgewaardeerd. In maart/april 2020 heeft HEMA in verband daarmee diverse maatregelen genomen om de druk op haar liquiditeitspositie te verlichten. Zij heeft onder andere betalingen gefaseerd uitgevoerd, pensioenafdrachten uitgesteld, huurlasten getracht te verminderen, overheidssteun aangevraagd en belastingverplichtingen uitgesteld. Daarnaast heeft zij 63 miljoen euro geleend onder de RCF. HEMA heeft verder aangevoerd dat haar leveranciers betalingstermijnen hadden aangescherpt en kredietverzekeraars hun limieten hadden verlaagd, hetgeen de liquiditeit van HEMA verder onder druk zette. Ook Hof Capital c.s. onderkennen dat de pandemie in maart/april 2020 voor problemen voor de omzet en de winstgevendheid heeft gezorgd, door Hof Capital c.s. aangeduid als de “
corona-dip”. Hof Capital c.s. hebben ook niet bestreden dat HEMA genoemde liquiditeitsbesparende maatregelen heeft genomen. Zij hebben vooral aangevoerd dat de omzet en winstgevendheid na de corona-dip in april 2020 snel verbeterde en dat de effecten op HEMA’s liquiditeit meevielen, mede door de getroffen maatregelen en overheidssteun. Hof Capital c.s. baseren zich daarbij echter niet op hetgeen bekend was op 15 juni 2020, of daaraan voorafgaand, maar vooral op een persbericht van 2 juli 2020 over de omzet van HEMA en op tussentijdse cijfers van 17 december 2020. Hof Capital c.s. miskennen bovendien dat die verbetering in de liquiditeitspositie het gevolg was van tijdelijke oplossingen; het uitstel van belasting- en huurverplichting was immers geen afstel daarvan en ook de getrokken gelden onder de RCF zouden weer moeten worden terugbetaald. Hof Capital c.s. hebben erkend dat in ieder geval één kredietverzekeraar de kredietlimieten voor HEMA heeft verlaagd. Onder verwijzing naar een garantiestelling van de Nederlandse Staat jegens kredietverzekeraars hebben Hof Capital c.s. (verdere) onrust onder kredietverzekeraars betwist. HEMA heeft echter onweersproken toegelicht dat deze garantiestelling slechts een gering deel (12 miljoen euro) van de totaal in Nederland uitgegeven kredietlimieten dekte (110 miljoen euro). Het ligt daarom niet voor de hand dat deze garantie alle zorgen bij kredietverzekeraars zou hebben weggenomen. De onrust onder kredietverzekeraars en leveranciers – die in het licht van de omstandigheden waarin HEMA verkeerde ook aannemelijk is – is daarmee voldoende komen vast te staan. Uit het bovenstaande volgt dat de liquiditeitspositie van HEMA half juni 2020 aanzienlijk onder druk stond. Toen, en overigens ook in de daaropvolgende periode, was voor HEMA nog zeer onzeker hoe de pandemie zou verlopen, of nog meer
lockdownszouden volgen en welke impact dat op haar financiële positie zou hebben. Ook als HEMA op 15 juni 2020 ermee bekend was dat de situatie verbeterde ten opzichte van maart/april 2020, betekende dat (dus) niet dat zij ervan kon uitgaan dat die verbetering structureel was. Dat de gevolgen achteraf gezien wellicht zijn meegevallen, doet aan het bestaan van de problemen en aan de onzekerheid (ook over de liquiditeit) medio 2020 niets af.
events of defaultsin de documentatie niet betwist, maar gesteld dat het intreden daarvan kon worden afgewend en in twijfel getrokken dat deze, als zij zich zouden voordoen, daadwerkelijk tot problemen zouden leiden (zie daarover ook hierna onder 5.15. e.v.). Over het dreigende verzuim als gevolg van niet-aflossing van de PIK-Notes hebben Hof Capital c.s. gesteld dat HEMA de RCF had kunnen heronderhandelen, zodat het niet betalen van de PIK Notes geen verzuim meer zou opleveren, of de RCF Banken ervan had kunnen overtuigen zich niet te beroepen op de verzuimbepaling in verband met de PIK Notes. Voor deze, door HEMA betwiste, stellingen van Hof Capital c.s. zijn echter geen aanknopingspunten te vinden en Hof Capital c.s. hebben deze stellingen ook niet toereikend onderbouwd. Zij hebben aangevoerd dat een beroep op de verzuimbepalingen mogelijk gevolgen had voor de reputatie van de RCF Banken en dat HEMA werd bijgestaan door een groot advocatenkantoor. Daaruit volgt echter niet dat (her)onderhandelen met de banken, in de precaire situatie waarin HEMA zich medio 2020 bevond, een reële kans van slagen had, of dat de banken daarom hun rechten zouden hebben willen prijsgeven. Hetzelfde geldt voor de stelling dat dat de RCF Banken de
waiverook na 15 juli 2020 nog wel zouden hebben verlengd. Dat de banken een
waivervan slechts enkele weken hebben verleend, met het aangaan van de LUA als een van de gronden voor verlenging, duidt eerder op het tegenovergestelde. Anders dan Hof Capital c.s. hebben aangevoerd, had artikel 6:23 BW Pro ook niet in de weg gestaan aan opeising van de RCF door de banken. Uit de brief van 15 april 2020 van de adviseur van de Ad Hoc Groep volgt immers dat de Ad Hoc Groep (ook) geen toestemming gaf voor aflossing van de PIK Notes. Het aanbod te bewijzen dat het inroepen van verzuim wegens het niet aflossen van de PIK-Notes afstuitte op artikel 6:23 BW Pro of een vergelijkbare bepaling naar Engels recht, ziet niet op feiten die voor bewijslevering in aanmerking komen en is ook niet relevant, zodat het hof daaraan voorbij gaat. HEMA zag zich daarnaast medio 2020 geconfronteerd met andere dreigende
defaults. Zo was HEMA onder de RCF gehouden de gecontroleerde jaarrekening (inclusief goedkeurende accountantsverklaring) over 2019 uiterlijk op 1 juni 2020 aan de RCF Banken te overleggen. HEMA had in verband met corona weliswaar uitstel gekregen van haar wettelijke publicatie- en deponeringsverplichting, maar dat ontsloeg haar niet van genoemde (contractuele) verplichting jegens de RCF Banken.
cross defaultonder de RCF opleverde als de schuld onder de RCF hoger was dan 10 miljoen euro, zoals Hof Capital c.s. hebben gesteld. In artikel 28.5 onder (a) en (d) van de RCF is bepaald dat als
cross defaultgeldt
:“
Any Indebtedness of (…) Holdco is not paid when due(…)”, behalve indien “
(…) the aggregate amount of Indebtedness (…) is equal to EUR 10,000,000 (…) or less.” Het niet aflossen van de PIK Notes op 15 juni 2020 zou dus alleen geen verzuim opleveren onder de RCF als de PIK Notes zelf zouden worden afgelost met een bedrag van 44 miljoen euro. Hof Capital c.s. hebben niet gesteld dat en op grond waarvan HEMA verplicht was de PIK Notes, die niet haar eigen schuld betrof maar een schuld van haar moedermaatschappij AMEH, met dat bedrag af te lossen. Uit de brief van 15 april 2020 van de adviseurs van de Ad Hoc Groep blijkt ook dat de SSN-houders HEMA daarvoor geen toestemming zouden geven (zie 3.21). Hof Capital c.s. hebben ter zitting in hoger beroep erkend dat dit medio 2020 ook geen reële mogelijkheid voor HEMA was. De dreigende
defaultter zake van de PIK Notes op 15 juni 2020 zou dus alleen kunnen worden afgewend door een aflossing van het volledige uitstaande bedrag onder de RCF.
overdraft facilitydie beschikbaar zou komen als de liquiditeit van HEMA negatief zou worden. Volledige aflossing van het uitstaande bedrag onder de RCF betekende dus dat HEMA medio 2020 70 miljoen euro had moeten voldoen aan de RCF Banken. Het hof is van oordeel dat van HEMA onder de omstandigheden waarin zij medio 2020 verkeerde niet kon worden gevergd dat zij de RCF zou aflossen en dat voldoende is komen vast te staan dat haar financiële positie dat ook niet toeliet. De RCF-schuld betrof een niet opeisbare schuld van HEMA en HEMA had, zoals zij onbetwist heeft aangevoerd, na het uitbreken van de coronapandemie onder de RCF juist geld geleend om haar liquiditeitspositie te versterken. HEMA heeft in haar Investor Presentation van 15 juni 2020 gerapporteerd dat haar kassaldo op 31 mei 2020 101 miljoen euro bedroeg. Hof Capital c.s. hebben betoogd dat HEMA met dat kassaldo de RCF lening had kunnen en ook had moeten aflossen. Het hof volgt dit betoog niet. Indien HEMA de RCF op 15 juni 2020 zou aflossen, zou nog 31 miljoen euro aan kasmiddelen resteren. Van die 31 miljoen euro diende HEMA in juli 2020 in ieder geval 16 miljoen euro aan rente te betalen. HEMA moest half juni 2020 verder rekening houden met betaling van haar belastingverplichtingen van in elk geval, naar HEMA onbetwist heeft aangevoerd, 28 miljoen euro aan al uitgestelde btw-afdracht. Anders dan Hof Capital c.s. hebben betoogd, kon HEMA op 15 juni 2020 niet erop rekenen dat zij daarvan ook na 1 september 2020 uitstel zou krijgen; voor HEMA was toen niet zeker of zij gebruik zou kunnen maken van door de overheid geboden mogelijkheden tot verlenging van het uitstel. Verder heeft HEMA terecht erop gewezen dat zij ook fluctuaties in haar werkkapitaal moest kunnen opvangen. Aflossing van de RCF had HEMA nog verder in de problemen kunnen brengen. Bij deze stand van zaken bood aflossing van de RCF op 15 juni 2020 dus geen reëel alternatief, laat staan dat HEMA ertoe gehouden was deze oplossing te kiezen. De stelling van Hof Capital c.s. dat HEMA zelf verzuim heeft gecreëerd door de RCF niet af te lossen, gaat in het licht van het voorgaande niet op. Hetzelfde geldt voor de overige door Hof Capital c.s. genoemde alternatieven van herfinanciering van de RCF en/of de gehele schuldenlast, heronderhandelen, verlenging van de
waiver, of het aantrekken van nieuwe financiering (zie daarover hiervoor onder 5.11. en 5.12.).
Investor Presentationvan 15 juni 2020. Hof Capital c.s. hebben dit standpunt onderbouwd met door hen (achteraf) opgestelde grafieken van de liquiditeit van HEMA van maart 2020 tot en met mei 2021, waaronder een grafiek van de werkelijke liquiditeitsontwikkeling volgens Hof Capital c.s. als de herstructurering niet had plaatsgevonden.
Standby term loan facilityter beschikking had gesteld van tien miljoen euro en dat HEMA daarop aanspraak had moeten maken. HEMA heeft echter erop gewezen dat Ramphastos deze lening per 1 juli 2020 had opgezegd, zodat als HEMA van deze lening gebruik zou maken, zij deze vrijwel meteen weer zou moeten terugbetalen. Hof Capital c.s. hebben dat niet betwist, zodat dat is komen vast te staan. HEMA hoefde daarom naar het oordeel van het hof deze 10 miljoen euro niet tot haar liquide middelen te rekenen. De stelling dat de opzegging door Ramphastos onrechtmatig zou zijn, of dat HEMA deze ook in de penibele omstandigheid waarin zij verkeerde had kunnen en moeten laten verlengen, heeft Hof Capital c.s. onvoldoende toegelicht. Het enkele feit dat HEMA in een presentatie tijdens de
Investor Dayop 10 april 2019 heeft opgenomen dat HEMA “
If and whenever required (…) can rely (…) on an additional working capital facility of €10m provided by Ramphastos” is daarvoor niet voldoende. Het hof gaat voorbij aan het aanbod van Hof Capital c.s. te bewijzen dat HEMA het krediet had kunnen opeisen, nu dit niet relevant is. Het gaat immers niet erom of HEMA de lening had kunnen opeisen, maar of dit gezien de terugbetalingsverplichting per 1 juli 2020 op 31 mei 2020 kon worden gezien als een reëel beschikbaar kasmiddel. Ook met de 10 miljoen euro die HEMA onder de RCF kon lenen als
overdraft facility, hoefde HEMA geen rekening te houden. Deze was immers, zoals HEMA onbetwist naar voren heeft gebracht, slechts beschikbaar in geval van nood als de liquiditeit van HEMA tot onder het nulpunt was gedaald.
cash forecast”per 31 mei 2020 had opgenomen dan de kaspositie van 101 miljoen euro per die datum die zij op 15 juni 2020 in de
Invester Presentationheeft gerapporteerd. Dit verschil is echter niet relevant. Nog daargelaten dat het hierbij ging om een relatief gering verschil van 6,8 miljoen euro, en niet, zoals Hof Capital c.s. hebben gesteld, van 33,5 miljoen euro, is het immers inherent aan een prognose dat deze kan afwijken van de uiteindelijk daadwerkelijk aanwezige kasmiddelen; de kaspositie is ook een fluctuerend gegeven. Dat de werkelijke kaspositie van HEMA per 2 augustus 2020 ook hoger was dan de geprognotiseerde positie per die datum doet om diezelfde reden niet ter zake. Daar komt bij dat de (werkelijke) kaspositie per 2 augustus 2020 geen rol speelt omdat HEMA die op 15 juni 2020 niet kende. Ook de verwachte negatieve operationele cashflow van EUR 47 miljoen betreft een inschatting. Zelfs als deze 20 miljoen euro lager had moeten worden ingeschat, en de kaspositie dus 20 miljoen euro hoger, zoals Hof Capital c.s. hebben aangevoerd, zou dat niet hebben uitgemaakt voor de (oplossing van de) problemen waarmee HEMA kampte. Bovendien geldt dat zelfs als HEMA medio 2020 haar financiële verwachtingen te behoudend zou hebben ingeschat, haar dat in de onzekere omstandigheden waarin zij medio 2020 verkeerde niet als onrechtmatig kan worden aangerekend. Hof Capital c.s. hebben verder aangevoerd dat het opnemen van een bedrag van negen miljoen euro dat per 4 oktober 2020 nodig was voor “
Intra-week working capital movement to the lowest intra-week cash balance” een verdere poging van HEMA was om het kassaldo richting nul te manipuleren om een dreigend faillissement te fingeren. HEMA heeft toegelicht dat dit een buffer betreft voor de omslag in werkkapitaal binnen de week, die nodig is omdat HEMA haar inkomsten verspreid over de week ontvangt en (lang) niet allemaal aan het begin daarvan. Hof Capital c.s. hebben deze verklaring onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat het hof ook aan dit verwijt voorbij gaat.
out of the moneywaren, zijn de hiervoor genoemde verwijten die Hof Capital c.s. HEMA maken wel van belang. Het hof bespreekt deze verwijten hierna.
in the money, op het moment van het afsluiten van de LUA (15 juni 2020), op de peildatum van het rapport van Grant Thornton (25 augustus 2020), de datum van de uitspraak in de 3:251 BW- procedure (11 september 2020) en de datum van de executie van het onderpand (19 oktober 2020). De herstructurering kon daarom zelfs als deze noodzakelijk zou zijn, niet plaatsvinden zonder Hof Capital c.s. de waarde te vergoeden die zij in geval van faillissement van HEMA zouden hebben ontvangen, althans de waarde die de SNs hadden op het moment van de beschikking tot executie in september 2020.
in the moneywaren, onderbouwd met rapporten van een door hen ingeschakelde
business valuator, Value Drivers B.V. (hierna: VD). VD heeft aanvankelijk in haar rapport van 4 december 2023 het waarderingsrapport van Grant Thornton van 25 augustus 2020 becommentarieerd en de waarde van HEMA per 15 juni 2020 berekend. Grant Thornton heeft bij brief van 18 maart 2024 op de bevindingen van VD gereageerd. VD heeft mede op basis van nieuwe informatie uit deze reactie van Grant Thornton haar bevindingen bijgesteld in een rapport van 15 juni 2025. VD heeft daarin geconcludeerd dat de ondernemingswaarde van HEMA op een
cash free/debt freebasis tussen 630 en 730 miljoen euro lag. De SNs zouden volgens VD bij die waarde en met het meenemen van de liquiditeitspositie per 17 juli 2010 nog 7% - 74% van de nominale waarde vertegenwoordigen. Grant Thornton had in haar rapport van 25 augustus 2020 de waarde van HEMA per 17 juli 2020 (en volgens Grant Thornton onveranderd per 25 augustus 2020) berekend op een bedrag tussen 470 en 550 miljoen euro; de SNs waren volgens Grant Thornton bij die waarde
out of de money.
Security Agentvan de SSN Houders. HEMA had met de SSN Houders mee te werken en heeft dus ten behoeve van dat rapport informatie aangeleverd, maar zij was niet zelf opdrachtgever daarvan en Grant Thornton was niet haar eigen deskundige. Uitgangspunt is daarom dat HEMA in beginsel mocht uitgaan van de juistheid van het rapport en de uitkomsten daarvan. Dit is anders als HEMA Grant Thornton heeft voorzien van onjuiste gegevens, voor HEMA
prima facieduidelijk moest zijn geweest dat Grant Thornton onjuiste cijfers of onjuiste feitelijke uitgangspunten hanteerde, of als die uitkomsten waren gebaseerd op feitelijke informatie of inschattingen waarvan voor HEMA duidelijk moet zijn geweest dat die in redelijkheid niet (meer) te verdedigen vielen.