ECLI:NL:GHAMS:2026:1064
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep effectenlease: verjaring vernietigingsrecht echtgenote en bewijsopdracht
In deze civiele zaak staat centraal of de echtgenote van afnemer haar vernietigingsrecht op effectenleaseovereenkomsten tijdig heeft uitgeoefend. De effectenleaseovereenkomsten zijn gesloten tussen afnemer en een rechtsvoorgangster van Dexia. De echtgenote heeft met brieven in 2004 en 2005 de vernietiging ingeroepen op grond van het ontbreken van haar schriftelijke toestemming.
De kantonrechter oordeelde dat het vernietigingsrecht voor een deel van de overeenkomsten is verjaard. Dexia stelt dat de echtgenote al vóór 13 maart 2000 bekend was met de overeenkomsten, waardoor de verjaringstermijn van drie jaar is verstreken. Het hof bevestigt dat de overeenkomsten als koop op afbetaling kwalificeren en dat de echtgenote op grond van BW artikelen 1:88 en 1:89 BW vernietigingsbevoegdheid heeft.
Het hof overweegt dat de verjaring pas begint te lopen vanaf het moment dat de echtgenote daadwerkelijk bekend werd met de overeenkomst. Dexia heeft het bewijsvermoeden geleverd dat de echtgenote vóór 13 maart 2000 bekend was, omdat betalingen vanaf een en/of-rekening zijn gedaan. Het is nu aan afnemer om tegenbewijs te leveren. Het hof wijst een getuigenverhoor aan als middel voor dit tegenbewijs en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof houdt verdere beslissing aan en staat afnemer toe tegenbewijs te leveren over de bekendheid van de echtgenote met de effectenleaseovereenkomsten.