ECLI:NL:GHAMS:2026:1017
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis diefstal in vereniging met aanvullende beslissingen beslag en voorlopige hechtenis
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 7 maart 2024, waarin verdachte werd veroordeeld voor diefstal in vereniging. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd, waarbij het de overwegingen en beslissingen van de rechtbank onderschrijft.
De advocaat-generaal had een gevangenisstraf van 168 dagen geëist, waarvan 150 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en verzocht om opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis. Tevens werd gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk zou worden verklaard en dat de inbeslaggenomen vrachtauto verbeurd zou worden verklaard.
Het hof heeft in aanvulling op het vonnis van de rechtbank besloten dat de in beslag genomen vrachtauto, die niet aan de verdachte toebehoort en waarvan de eigenaar onbekend is, onder bewaring wordt gesteld ten behoeve van de rechthebbende. Tevens is het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven. De behandeling in hoger beroep heeft niet geleid tot andere overwegingen dan die van de rechtbank, zodat het hof het vonnis bevestigt.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de rechtbank Amsterdam en heft het bevel tot voorlopige hechtenis op.