Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1017

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
23-000680-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis diefstal in vereniging met aanvullende beslissingen beslag en voorlopige hechtenis

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 7 maart 2024, waarin verdachte werd veroordeeld voor diefstal in vereniging. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd, waarbij het de overwegingen en beslissingen van de rechtbank onderschrijft.

De advocaat-generaal had een gevangenisstraf van 168 dagen geëist, waarvan 150 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en verzocht om opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis. Tevens werd gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk zou worden verklaard en dat de inbeslaggenomen vrachtauto verbeurd zou worden verklaard.

Het hof heeft in aanvulling op het vonnis van de rechtbank besloten dat de in beslag genomen vrachtauto, die niet aan de verdachte toebehoort en waarvan de eigenaar onbekend is, onder bewaring wordt gesteld ten behoeve van de rechthebbende. Tevens is het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven. De behandeling in hoger beroep heeft niet geleid tot andere overwegingen dan die van de rechtbank, zodat het hof het vonnis bevestigt.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de rechtbank Amsterdam en heft het bevel tot voorlopige hechtenis op.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000680-24
datum uitspraak: 17 april 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 7 maart 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-312187-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1994,
adres: [adres] ).

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 april 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 168 dagen, waarvan 150 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van voorarrest. Verder heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, dat de inbeslaggenomen vrachtauto verbeurd zal worden verklaard en dat het bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.

Vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep en hetgeen de raadsvrouw bij pleidooi naar voren heeft gebracht heeft het hof niet gebracht tot andere overwegingen en beslissingen dan de rechtbank, zodat het hof zich verenigt met het vonnis waarvan beroep en dit om die reden zal bevestigen, met dien verstande dat het hof in aanvulling op het vonnis de volgende beslissingen neemt ten aanzien van het beslag en het bevel voorlopige hechtenis.
- Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: 1 STK Vrachtauto [kenteken] (Omschrijving: PL1300-2023267819-6427805, Wit, merk: Scania), nu deze niet aan de verdachte toebehoort en niet duidelijk is wie de eigenaar van deze vrachtauto is.
- Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.T.C. de Vries, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. N.J.M. de Munnik, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Schouten en mr. R.C.E. van Tilburg, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 april 2026.
Mr. N.J.M. de Munnik is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.