ECLI:NL:GHAMS:2026:1014
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens termijnoverschrijding
De verdachte werd in eerste aanleg bij verstek veroordeeld door de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. De dagvaarding was op correcte wijze persoonlijk betekend op 26 juli 2025, met een zitting op 8 september 2025. De verdachte was niet aanwezig bij de zitting en stelde het hoger beroep pas in op 25 september 2025, wat buiten de wettelijke termijn van veertien dagen na de uitspraak viel.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 3 april 2026 voerde de verdachte aan dat hij zich had vergist in de datum van de zitting en pas op 12 september 2025 via de rechtbank hoorde over de termijn voor hoger beroep. Het hof oordeelde dat de verdachte voldoende was geïnformeerd over de termijn en dat de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar was.
Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 3 april 2026.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.