Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.Verdere beoordeling
- exploot € 85,81
- vast recht € 2.106,00
- salaris advocaat
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of werknemer recht had op een premie van 5% van de meer gerealiseerde winst over de jaren 2016 tot en met 2019, zoals vermeld in zijn arbeidsovereenkomst met Iribov B.V. Het hof heeft het bewijs van werknemer beoordeeld, waaronder getuigenverklaringen en jaarrekeningen, en geoordeeld dat werknemer niet is geslaagd in zijn bewijsopdracht.
De werknemer stelde dat de ondertekening en deponering van de jaarrekening 2019 door Iribov een stilzwijgende instemming inhield met de door hem geclaimde premies. Het hof verwierp dit standpunt, mede vanwege de stelselmatige betwisting door Iribov en de onduidelijkheid over de reservering in de jaarrekening. Daarnaast werden getuigenverklaringen over de jaarlijkse evaluatiegesprekken beoordeeld, waarbij het hof de verklaringen van de werkgever en een derde getuige betrouwbaarder achtte dan die van werknemer.
Het hof concludeerde dat de werknemer er zelf voor heeft gekozen geen aanspraak te maken op de premie tijdens de evaluatiegesprekken en dat de werkgever als goed werkgever heeft gehandeld. Het bestreden vonnis werd vernietigd voor zover het een lagere schadevergoeding toekende dan het volledige bedrag van € 135.000,- dat werknemer aan zichzelf had overgemaakt. De schadevergoeding werd verhoogd met € 80.719,- plus wettelijke rente. De overige vorderingen van werknemer werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Werknemer wordt veroordeeld tot betaling van € 80.719,- plus rente bovenop eerdere schadevergoeding; overige vorderingen worden afgewezen.