Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Vordering tenuitvoerlegging 23-002675-20
Schorsingsverzoek
BESLISSING
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 25 maart 2025 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 29 november 2024. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, behalve ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 23-002675-20, die het hof vernietigt wegens het ontbreken van wettelijke vereisten.
Het openbaar ministerie had een vordering tot tenuitvoerlegging ingediend zonder voldoende specificatie van de straf en feiten waarop deze betrekking had. Het hof verklaart het OM daarom niet-ontvankelijk in deze vordering. Tevens heeft de raadsvrouw namens de verdachte verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis, zodat de verdachte het resterende deel van een eerder opgelegde gevangenisstraf kan uitzitten.
De advocaat-generaal verzette zich niet tegen dit schorsingsverzoek. Het hof acht dit verzoek gegrond en schorst de voorlopige hechtenis vanaf het moment dat de gevangenisstraf wordt uitgevoerd tot de vrijlating van de verdachte in die zaak. Hiermee wordt voorkomen dat de voorlopige hechtenis niet wordt meegeteld bij de ISD-maatregel die mogelijk volgt.
De uitspraak bevat een zorgvuldige afweging van de wettelijke vereisten voor tenuitvoerlegging en de praktische gevolgen van voorlopige hechtenis in combinatie met een ISD-maatregel. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters de Werd en Mooy.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis, verklaart het OM niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging en schorst de voorlopige hechtenis zodat de verdachte een openstaande gevangenisstraf kan uitzitten.