ECLI:NL:GHAMS:2025:820
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Juridische erfgrens en verjaring bij burengeschil over strook grond
In deze civiele zaak stond de juridische erfgrens tussen twee percelen centraal, waarbij een strook grond nabij de kadastrale grens onderwerp van geschil was. De appellant betwistte de eigendom van de strook door de geïntimeerde, die stelde dat zij door verjaring eigenaar was geworden van de strook grond.
De rechtbank had de strook in drie delen opgesplitst en geoordeeld dat verjaring slaagde voor het deel tussen de woning en het hek (deel 1), maar niet voor de overige delen. Het hof bevestigde deze opsplitsing en oordeelde dat bezitshandelingen van de rechtsvoorgangers van de geïntimeerde voldoende waren voor deel 1, mede door de aanwezigheid van bouwwerken over de kadastrale grens en het gebruik van het terras.
Voor de delen achter het windscherm en verder in de tuin (delen 2 en 3) faalde het beroep op verjaring, omdat de bezitshandelingen onvoldoende waren om het bezit van de appellant teniet te doen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde partijen in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en oordeelt dat een deel van de strook grond door verjaring eigendom is van de geïntimeerde.