Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Voorvragen
Tenlastelegging
Vrijspraak
“Ik heb vannacht een joint gerookt”, kan onbesproken blijven.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het rijden onder invloed van cannabis op 4 november 2020 in Den Helder. Hij stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Het hof onderzocht het dossier en de processtukken, waarbij onder meer werd gekeken naar de verkeerscontrole en het bloedonderzoek.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege een onjuiste verkeerscontrole, onjuiste verbeelving en het ontbreken van een effectief recht op tegenonderzoek door hoge kosten. Het hof oordeelde dat de verkeerscontrole correct was uitgevoerd en dat de verdachte tijdig op de hoogte was gesteld van de bloeduitslag en het recht op tegenonderzoek.
Cruciaal was dat het voorschrift van artikel 6, eerste lid van de Regeling alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer (oud) bepaalt dat minimaal 3 milliliter bloed moet worden afgenomen voor het onderzoek. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting bleek niet dat aan deze eis was voldaan. Hierdoor kon het hof niet vaststellen dat er sprake was van een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
Daarom sprak het hof de verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en de zaak werd opnieuw beoordeeld, waarbij de vrijspraak werd uitgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens het ontbreken van bewijs dat minimaal 3 milliliter bloed is afgenomen voor het onderzoek.