In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 27 juni 2023, waarin betrokkene werd veroordeeld voor hennepteelt en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, heeft het gerechtshof Amsterdam op 20 maart 2025 uitspraak gedaan.
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vordering tot ontneming opnieuw beoordeeld. Uit het dossier en de ontnemingsrapportage blijkt dat betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit een professionele hennepkwekerij met twee kweekruimtes, waarin in totaal 458 planten stonden. Het hof concludeert dat er minstens één oogst heeft plaatsgevonden voordat de politie de kwekerij aantrof.
De opbrengsten en kosten van de kwekerij zijn nauwkeurig berekend, waarbij het hof rekening hield met de betrokkenheid van meerdere personen en de reeds opgelegde betalingsverplichting aan een medeverdachte. Uiteindelijk stelt het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €31.055,44 en legt betrokkene de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen. Tevens wordt de maximale gijzelingstermijn bepaald op 621 dagen.