Partijen zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over drie kinderen. De hoofdverblijfplaats van twee kinderen is gewijzigd van de vrouw naar de man sinds 2021, wat aanleiding gaf tot een verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie.
De vrouw kwam in hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank die de alimentatiebedragen aanpaste. Het hof oordeelde dat de wijziging van de hoofdverblijfplaats een wijziging van omstandigheden vormt die rechtvaardigt dat de alimentatie opnieuw wordt beoordeeld.
De draagkracht van beide ouders werd vastgesteld aan de hand van hun netto besteedbaar inkomen en vermogen, waarbij rekening werd gehouden met de zorgkorting. De man moet vanaf 1 september 2021 €439 per maand betalen voor het kind dat bij de vrouw verblijft, en de vrouw moet €175 per kind per maand betalen voor de twee kinderen die bij de man verblijven.
Het hof wees een terugbetalingsverplichting af vanwege de omstandigheden en bepaalde dat ieder de eigen proceskosten draagt. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en vervangen door deze nieuwe regeling.