ECLI:NL:GHAMS:2025:369
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- A.M.P. Geelhoed
- A.W.T. Klappe
- N.C. Laatsch
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep op verzoek om vergoeding kosten rechtsbijstand na vrijspraak
Appellant stelde een verzoek in op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van kosten gemaakt voor rechtsbijstand in verband met een strafzaak en de daarop volgende verzoekschriftprocedures. De rechtbank wees dit verzoek af. Appellant was vrijgesproken, maar tijdens een controle bij een festival werd een grote hoeveelheid geld en verdachte gedragingen geconstateerd, waardoor de verdenking op appellant rustte.
Het hof oordeelde dat het aan appellant te wijten was dat de verdenking op hem kwam te rusten, zodat geen gronden van billijkheid aanwezig waren voor vergoeding van de kosten in de strafzaak zelf. Wel achtte het hof gronden van billijkheid aanwezig voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedures in eerste aanleg en hoger beroep.
Daarom vernietigde het hof de beschikking van de rechtbank en kende een vergoeding toe van €1.020,00 voor de kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedures. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €1.020,00 toe voor kosten rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedures en wijst het overige af.