ECLI:NL:GHAMS:2025:3648
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over herstel gebreken en ontbinding huurovereenkomst woonruimte
De huurder, vertegenwoordigd door een bewindvoerder, vordert herstel van ernstige gebreken aan de woning, schadevergoeding en huurverlaging totdat herstel is voltooid. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst wegens vermeend slecht huurdersgedrag en dringend eigen gebruik.
De kantonrechter wijst de vorderingen van de bewindvoerder grotendeels toe en wijst de ontbindingsverzoeken van de verhuurder af. Het hof bekrachtigt dit oordeel. Het is niet gebleken dat de huurder de lekkage heeft veroorzaakt of het herstel heeft belemmerd. De verhuurder heeft de gebreken niet naar behoren hersteld.
De verhuurder heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de huurder zich niet als goed huurder heeft gedragen of dat er sprake is van dringende eigen gebruik. De vorderingen tot ontbinding worden daarom afgewezen. De verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat verhuurder moet herstellen en schadevergoeding betalen, en wijst ontbindingsverzoek af wegens ontbreken dringend eigen gebruik.