Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1]
[appellant 2]
[appellant 3]
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
ultimate beneficial owner(s) van de truststructuur is/zijn en of juiste belastingaangiften zijn ingediend in de Verenigde Staten vanaf 2003. Het gaat potentieel om een fiscale vordering van ongeveer USD 200 miljoen.
Engagement Letters” (hierna: de Overeenkomsten), met bijlagen, van 1 december 2020, geadresseerd aan [appellant 2] respectievelijk [appellant 3] , staat onder meer:
and its affiliated companies or any other Company held by the same Ultimate Beneficial Owner (…).
Bijgaand treft u aan de aangepaste facturen en beantwoording van uw laatste vragen.
[naam 6] For and on behalf of the director [bedrijf 2]”.
indictment’ (tenlastelegging), uitgebracht door het DOJ tegen [X] en zijn echtgenote wegens verdenking van, kort gezegd, valsheid in geschrift en belastingontduiking. Daarin wordt als “
Co-Conspirator 2” vermeld:
“[X]’s financial advisor, a Dutch national”. Hiermee wordt gedoeld op [naam 1] .
4.Beoordeling
director fees’;
‘Spanish structure’;
Spanish structure’zien op werkzaamheden voor [appellant 3] en haar dochterondernemingen die volgens [geintimeerde] zijn verricht uit hoofde van de Overeenkomst met [appellant 3] . Het gaat om de facturen 20240112 d.d. 12 juli 2024 van € 145.200,- (incl. btw) en 20250030, d.d. 21 februari 2025 van
on behalf of the director [bedrijf 2]” – moet hebben beseft dat hij [appellant 2] niet kon vertegenwoordigen. [geintimeerde] voert geen feiten en omstandigheden aan waaruit volgt dat [naam 7] wel bevoegd was namens [appellant 2] de schulderkenning te ondertekenen of [geintimeerde] daarop mocht vertrouwen. Daarmee is dit onderdeel van de vordering onvoldoende aannemelijk om toewijsbaar te zijn in kort geding.