3.1De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 2 de feiten vastgesteld die hij tot uitgangspunt heeft genomen, waaronder de tekst van het concurrentiebeding van artikel 5 van de vaststellingsovereenkomst. Hiertegen heeft [appellant] op zichzelf terecht aangevoerd dat het concurrentiebeding op twee punten onjuist is geciteerd, maar dat leidt nog niet tot vernietiging van het bestreden vonnis. Het hof geeft hierna een nieuw overzicht van de onbetwiste feiten die in hoger beroep het uitgangspunt vormen en corrigeert daarin de bedoelde - als verschrijvingen aan te merken - onjuistheden.
3.1.1.[geïntimeerden] houdt zich bezig met het ontwikkelen, produceren en distribueren van desinfectiemiddelen en weerbaar telen producten voor onder meer land- en tuinbouwbedrijven. Zij produceert en verhandelt een desinfectiemiddel op basis van gestabiliseerde waterstofperoxide (verkort aangeduid als waterstofperoxide of H2O2) onder het merk [merk] . De indirect statutair bestuurder van [geïntimeerden] is [naam 3] .
3.1.2.[naam 1] is indirect statutair bestuurder en enig aandeelhouder van [appellant] .
3.1.3.In 2015 hebben [geïntimeerden] en [appellant] een mondelinge agentuurovereenkomst gesloten. Op grond daarvan is [appellant] als handelsagent gaan bemiddelen bij de verkoop van desinfectie- en weerbaar telen producten van [geïntimeerden] . De afspraken zijn in januari 2019 vastgelegd in een schriftelijke agentuurovereenkomst voor de duur van twaalf jaar vanaf 1 januari 2019. In de overeenkomst was een geheimhoudings- en concurrentiebeding opgenomen.
3.1.4.De grootste klant van [geïntimeerden] bij de verkoop van waterstofperoxide was de paprikakwekerij 4Evergreen, die voor [geïntimeerden] een omzet vertegenwoordigde van € 200.000,-- per jaar. De uiteindelijke eigenaren van 4Evergreen zijn [naam 2] en twee broers van hem.
3.1.5.In januari 2020 hebben [naam 1] , [naam 2] en een van zijn broers de vennootschap [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ) opgericht. Zij zijn (via [bedrijf 2] en [bedrijf 3] ) indirect statutair bestuurders en aandeelhouders van [bedrijf 1] , waarbij 50% van de aandelen indirect door [naam 1] worden gehouden. Het vestigingsadres van [bedrijf 1] is het woonadres van [naam 1] aan [straat] [nummer] , [postcode] [plaats 1] .
3.1.6.Begin juni 2021 heeft [naam 2] contact opgenomen met [naam 3] en voorgesteld dat [bedrijf 1] waterstofperoxide van [geïntimeerden] onder een eigen merk (‘private label’) en afgeleide toelating gaat verkopen. Zij hebben hierover op 9 juni en 15 juli 2021 met elkaar gesproken. In deze gesprekken heeft [naam 2] aangegeven dat hij ook met een andere producent van waterstofperoxide in gesprek is en dat in het geval geen overeenstemming met [geïntimeerden] wordt bereikt zijn bedrijf 4Evergreen zal stoppen met het afnemen van waterstofperoxide van [geïntimeerden] . [naam 3] was toen nog niet ervan op de hoogte gesteld dat ook [naam 1] bij [bedrijf 1] is betrokken. In whatsappberichten van 9 juni en 15 en 19 juli 2021 heeft [naam 3] [naam 1] geïnformeerd over de inhoud van de gesprekken en daarbij aangegeven zich zorgen te maken dat ze 4Evergreen als klant zullen verliezen.
3.1.7.Op of omstreeks 22 juli 2021, heeft [naam 1] aan [naam 3] medegedeeld dat ook hij betrokken is bij [bedrijf 1] . De gesprekken over een mogelijke samenwerking tussen [geïntimeerden] en [bedrijf 1] zijn daarna voortgezet
tussen [naam 3] , [naam 2] en [naam 1] op (onder meer) 20 oktober 2021 en 10 november 2021. In deze gesprekken hebben [naam 2] en [naam 1] zich op het standpunt gesteld dat een samenwerking voor hen alleen interessant is als [bedrijf 1] de waterstofperoxide tegen aanzienlijk verlaagde prijzen bij [geïntimeerden] kan inkopen. Een alternatieve producent werd door hen overwogen en als de samenwerking met [geïntimeerden] niet door ging, dan zouden 4Evergreen en andere kwekerijen als klant weggaan bij [geïntimeerden] . Ook hebben zij aangegeven dat [bedrijf 1] op korte termijn wil schakelen en zo snel mogelijk de markt op wil. [naam 3] heeft zich op het standpunt gesteld dat [bedrijf 1] geen waterstofperoxide mag verkopen omdat dit in strijd is met het concurrentiebeding in de agentuurovereenkomst tussen [geïntimeerden] en [appellant] . De gesprekken hebben niet geleid tot afspraken over samenwerking tussen [geïntimeerden] en [bedrijf 1] .
3.1.8.In een e-mail van 22 november 2021 heeft [naam 1] aan [naam 3] medegedeeld dat uit juridisch advies blijkt dat het concurrentiebeding in de agentuurovereenkomst nietig is en dat [bedrijf 1] actief zal worden op het gebied van de aan- en verkoop van waterstofperoxide, ongeacht wie de producent van keuze zal worden. In verband hiermee heeft hij voorgesteld om met elkaar in gesprek te gaan om samen de ‘spelregels’ te bepalen voor de bestaande klanten van [geïntimeerden] die waterstofperoxide via [appellant] kopen.
3.1.9.Naar aanleiding hiervan heeft [naam 3] per e-mail van 25 november 2021 [naam 1] uitgenodigd voor een gesprek over de vraag hoe zij met elkaar verder gaan. Hij heeft daarbij een aantal uitgangspunten voor dit gesprek genoemd:
“
Je kiest voor het 1 of voor het ander: dus je gaat of via [bedrijf 1] H202 aanbieden onder eigen merk, of via [bedrijf 1] [merk]
- Via [bedrijf 1] ga je aanbieden bij nieuwe potentiële klanten, hiervoor kan je gebruik maken van een afgeleide toelating van [geïntimeerden]
- Klanten van [geïntimeerden] die [bedrijf 1] onder agentuurovereenkomst onderhoud blijven bij [geïntimeerden] en hier trek je je van terug
- We ontbinden de agentuurovereenkomst en maken een nieuwe overeenkomst met [bedrijf 1]
- We stroomlijnen onze wegen, waardoor we elkaars keuzes respecteren en zakelijke domeinen
- Ik ben bereid een competitieve inkoopprijs voor [bedrijf 1] aan te bieden waarmee jullie competitief kunnen zijn in de markt
- Als je respecteert wat is opgebouwd en je je terugtrekt van de [geïntimeerden] klanten, kunnen we ook tot een deal komen van de weerbaar telen producten onder private label (…)”
3.1.10.[geïntimeerden] heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat van haar niet kan worden gevergd om de agentuurovereenkomst te laten voortduren en dat daarom sprake is van een ‘dringende reden’ als bedoeld in artikel 7:439 lid 2 BW. In een gesprek op 20 december 2021 hebben [naam 3] en [naam 1] afgesproken om de agentuurovereenkomst met ingang van 1 januari 2022 te beëindigen. Dit zou in een vaststellingsovereenkomst worden vastgelegd.
3.1.11.Per e-mail van 23 december 2021 heeft [naam 3] een concept van de vaststellingsovereenkomst aan [naam 1] verstuurd. In dit (eerste) concept is [naam 1] als derde contractspartij vermeld, naast [geïntimeerden] en [appellant] . In artikel 5 is een concurrentiebeding opgenomen met de volgende inhoud:
“
Het is [bedrijf 1] en [naam 4] (in de gehele wereld) verboden om gedurende de resterende duur van de agentuurovereenkomst alsmede om gedurende een periode van 6 maanden na de Einddatum, direct of indirect, al dan niet gehonoreerd, voor eigen rekening, in dienst van of anderszins voor rekening van derden:
a. de producten zoals omschreven inbijlage A, soortgelijke of aanverwante producten zelf te ontwikkelen of te vervaardigen, door derden te laten ontwikkelen of te vervaardigen, van een leverancier te kopen, te verkopen, aan te bieden, te distribueren of daarbij (als agent, adviseur, geldverstrekker, aandeelhouder of vennoot) op andere wijze betrokken te zijn.
b. diensten of werkzaamheden te verrichten die verband houden met de producten zoals omschreven inbijlage A, soortgelijke of aanverwante producten of daarbij (als agent, adviseur, geldverstrekker, aandeelhouder of vennoot) op andere wijze betrokken te zijn.
c. zakelijke betrekkingen aan te gaan en/of te onderhouden met klanten van [geïntimeerden] . Dit beding geldt ongeacht van wie het initiatief tot (het aangaan van) de zakelijke betrekkingen uitgaat. Onder zakelijke betrekkingen wordt verstaan: indiensttreding bij klanten van [geïntimeerden] of anderszins werkzaam te zijn voor klanten, het doen of aanvaarden van offertes, het verstrekken van adviezen of informatie, het geven van opdrachten aan klanten, het verrichten van marketingactiviteiten gericht op klanten alsmede het aangaan van overeenkomsten met klanten. Onder klanten wordt verstaan:
(rechts)personen met wie [geïntimeerden] een overeenkomst is aangegaan met betrekking tot de verkoop van producten of het verrichten van diensten of aan wie [geïntimeerden] voor de Einddatum een aanbieding tot verkoop van producten of het verrichten van diensten heeft gedaan.”
3.1.12.Op dezelfde datum heeft [naam 1] per e-mail geantwoord:
“Ik laat deze overeenkomst toetsen door mijn advocaat. Mij valt bij het lezen van de vaststellingsovereenkomst [op] dat het niet strookt met wat we deze week zijn overeengekomen. (…) Je hoort nog van mij.”
3.1.13.Vervolgens heeft [naam 1] in een e-mail van 29 december 2021 inhoudelijk gereageerd op de eerste conceptversie van de vaststellingsovereenkomst:
“
Zoals al aangegeven, herken ik me op een aantal punten niet in het toegezonden concept van de vaststellingsovereenkomst. Ik verzoek je vriendelijk om over te gaan tot het doorvoeren van onderstaande wijzigingen en aanvullingen. (…)
- Alleen [bedrijf 1] B.V. is partij, als privé-persoon ben ik dat niet. Ik wil me overigens wel verbinden aan enkele passages, wil best 'voor akkoord' in persoon medeondertekenen, maar partij 3. moet worden verwijderd;
(…)
- De laatste volzin van artikel 4 moet geheel komen te vervallen. Daar hebben we het niet over gehad. Voor de goede orde: ik zal me natuurlijk aan verplichtingen van het nader te formuleren artikel 5 houden.
(…)
- De voorgestelde inhoud van artikel 5 gaat te ver. Wat we hebben afgesproken is:
‘Het is [bedrijf 1] verboden om, in Nederland en België, gedurende de resterende duur van de agentuurovereenkomst alsmede gedurende een periode van 6 maanden na de Einddatum, actief competitie te voeren voor en/of op het gebied van (concurrerende) zilver gestabiliseerde waterstof peroxide en weerbaar telen-producten’.
Dit graag aldus wijzigen;”
3.1.14.Naar aanleiding van deze reactie heeft [naam 3] in een whatsappbericht van 29 december 2021 om 14.31 uur aan [naam 1] gevraagd:
“Bedoel je met je feedback dat je met een andere BV wel H2O2 mag aanbieden?”
Daarop heeft [naam 1] in een whatsappbericht van dezelfde dag om 14.35 uur geantwoord:
“
Ik bedoel hiermee dat ik mezelf niet actief mag bezig houden met de verkoop van Ag gestabiliseerde peroxiden en weerbaar telen producten gedurende de komende 6 maanden.”
3.1.15.Per e-mail van 30 december 2021 heeft [naam 3] een tweede, aangepast concept van de vaststellingsovereenkomst toegestuurd. Daarin zijn alleen [geïntimeerden] en [appellant] als contractspartijen vermeld. Het concurrentiebeding van artikel 5 is in dit tweede concept als volgt geformuleerd:
“
Het is [bedrijf 1] en haar statutair bestuurder, de heer [naam 4] verboden om gedurende de resterende duur van de agentuurovereenkomst alsmede om gedurende een periode van 6 maanden na de Einddatum, direct of indirect, al dan niet gehonoreerd, voor eigen rekening, in dienst van of anderszins voor rekening van derden:
a. de producten zoals omschreven inbijlage A, soortgelijke of aanverwante producten zelf te ontwikkelen of te vervaardigen, door derden te laten ontwikkelen of te vervaardigen, van een leverancier te kopen, te verkopen, aan te bieden, te distribueren of daarbij (als agent, adviseur, geldverstrekker, aandeelhouder of vennoot) op andere wijze betrokken te zijn.
b. diensten of werkzaamheden te verrichten die verband houden met de producten zoals omschreven inbijlage A, soortgelijke of aanverwante producten of daarbij (als agent, adviseur, geldverstrekker, aandeelhouder of vennoot) op andere wijze
betrokken te zijn.
c. zakelijke betrekkingen aan te gaan en/of te onderhouden met klanten van [geïntimeerden] . Dit beding geldt ongeacht van wie het initiatief tot (het aangaan van) de zakelijke betrekkingen uitgaat. Onder zakelijke betrekkingen wordt verstaan:
indiensttreding bij klanten van [geïntimeerden] of anderszins werkzaam te zijn voor klanten, het doen of aanvaarden van offertes, het verstrekken van adviezen of informatie, het geven van opdrachten aan klanten, het verrichten van marketingactiviteiten gericht op klanten alsmede het aangaan van overeenkomsten met klanten. Onder klanten wordt verstaan: (rechts)personen met wie [geïntimeerden] een overeenkomst is aangegaan met betrekking tot de verkoop van producten of het verrichten van diensten of aan wie [geïntimeerden] voor de Einddatum een aanbieding tot verkoop van producten of het verrichten van diensten heeft gedaan.”.
3.1.16.In een e-mail van dezelfde datum heeft [naam 1] als volgt op het tweede concept gereageerd:
“
(…) De voorgestelde inhoud van artikel 5 gaat te ver. Wat we op vrijdag 17 december hebben afgesproken is:
“
Het is [bedrijf 1] verboden om, in Nederland en België, gedurende de resterende duur van de agentuurovereenkomst alsmede gedurende een periode van 6 maanden na de Einddatum, actief competitie te voeren voor en/of op hetgebied van (concurrerende) zilvergestabiliseerde waterstof peroxide en weerbaar telen-producten”. Dit graag aldus wijzigen.”
3.1.17.Op 31 december 2021, om 17.09 uur, heeft [naam 1] per mail een door hem aangepaste en ondertekende derde versie van de vaststellingsovereenkomst aan [naam 3] verstuurd. Hij heeft in de e-mail geschreven:
“
Zie bijgaand (…) het getekend document, waarin ik de afspraken heb neergelegd zoals wij die zijn overeengekomen. Zie met name artikel 5, de inhoud van dit artikel in bijgevoegd document omhelst hetgeen wij op maandag 20-12 jl hebben besproken. Dit is waar ik me hoe dan ook aan zal houden, omdat we dit immers mondeling zo zijn overeengekomen.”
[naam 3] heeft de derde, definitieve, versie van de overeenkomst ook op 31 december 2021 ondertekend.
3.1.18.In de definitieve vaststellingsovereenkomst staan onder meer de volgende bepalingen. De einddatum van de agentuurovereenkomst is 1 januari 2022 (artikel 1).
In artikel 4 is bepaald dat [geïntimeerden] aan [appellant] een klantenvergoeding betaalt van € 68.000,-- (exclusief btw) in zes maandelijkse termijnen. Indien [geïntimeerden] een termijn niet of niet tijdig betaalt dan wordt de klantenvergoeding zonder ingebrekestelling terstond volledig opeisbaar, behoudens in het geval dat [appellant] in strijd heeft gehandeld met haar verplichtingen uit hoofde van artikel 5 van de vaststellingsovereenkomst. Wat betreft het concurrentiebeding is het volgende bepaald:
“5. Het is [bedrijf 1] en haar statutair bestuurder, de heer [naam 4] verboden om gedurende de resterende duur van de agentuurovereenkomst alsmede om
gedurende een periode van 6 maanden na de Einddatum, , actief de markt te
benaderen/competitie te voeren voor en/of op het gebied van (concurrerende)
gestabiliseerde waterstof peroxide en weerbaar telen-producten”. Zoals omschreven
in bijlage A
6. [bedrijf 1] en/of haar statutair bestuurder de heer [naam 4] zijn/is van rechtswege in verzuim indien zij in strijd met hun verplichtingen uit hoofde van artikel 5 handelt/handelen. Bij overtreding van de verplichtingen uit hoofde van artikel 5 komt het recht op de klantenvergoeding volledig te vervallen.”
3.1.19.In de eerste helft van 2022 is in flyers van [bedrijf 1] een op waterstofperoxide gebaseerd middel voor het reinigen en ontsmetten van irrigatiesystemen en oppervlakten van tuinbouwkassen gepresenteerd, met voor de Nederlandse markt de naam ‘Oxiline-50’ en voor de Belgische markt ‘Aqua-Clean’. In de flyers is als enige (mobiele) telefoonnummer dat van [naam 1] vermeld.
3.1.20.Op 8 januari 2022 heeft [naam 1] een e-mail gestuurd aan [bedrijf 4] , ter attentie van [naam 5] . Hij heeft in deze e-mail (met onderwerp: “
En een nieuwe start – [bedrijf 1] BV”) onder meer geschreven:
“Beste [naam 5] , (…)
In onderling overleg is per 1-1-2022 de samenwerking met [geïntimeerden] beëindigd en gaan we ieder onze eigen weg.
Zoals je misschien al hebt vernomen ben ik samen met de Grootscholte Groep begin 2019 een nieuw bedrijf[bedrijf 1] BVgestart.
(…)
De samenwerking is uniek omdat we in staat zijn optimaal in te spelen op behoeften/vragen vanuit de kwekerij. Dit kan zijn op het gebied van reiniging van materialen en systemen of optimalisatie van waterkwaliteit, monitoring, sturingen en waterprocessen. Op basis van deze behoeften onderzoeken we de mogelijkheden om hierin te voorzien met nieuwe ontwikkelingen. Dit heeft geresulteerd in een aantal nieuwe producten, die met veel enthousiasme door kwekers worden ingezet om in hun specifieke behoeften te voorzien.
Zo hebben we behalve de Arclean, nu ookvoedselveiligeproducten met NSF certificering in ons product gamma die worden toegepast in de verschillende sierteelten en groententeelten (…) voorhet snel, eenvoudig en effectiefreinigen van buisrailkarren, oogstkarren, sorteerbanden, sorteermachines, betonvloeren, gevels (binnen en buiten), kratten en containers.
Andere innovaties:[bedrijf 1] heeft in samenwerking met een aantal kwekers een aantal technologieën ontwikkeld waardoor het mogelijk wordt om de kwaliteit van het gietwater verder te verbeteren.
Neem gerust contact met ons op als je meer informatie wenst of zullen we binnenkort een koffietje doen?”
3.1.21.Op 15 januari 2022 heeft [naam 2] vanaf zijn [bedrijf 1] -account een e-mail (met als onderwerp: “
Oxiline-50 Introductie”) aan [naam 5] van [bedrijf 4] gestuurd met onder meer de volgende inhoud:
“Beste [naam 5] , (…)
[bedrijf 1] innoveert verder en heeft nu ook zilver gestabiliseerde waterstofperoxideOxiline-50om je beter te helpen met totale hygiëne in uw bedrijf.
Door onze agrarische achtergrond en jarenlange ervaring met microbiologische controle van complexe watersystemen hebben wij ons ontwikkeld tot een geschikte partner die samen met jou de actuele problematiek binnen de glastuinbouw te lijf gaat. Met succes zetten we onze innovatieve producten in, om samen met jou als ondernemer/kweker een optimaal resultaat te behalen. Om dit te bewerkstelligen geven wij technisch advies en begeleiding bij het gebruik van onze producten.
(…)
Graag zouden we onze resultaten me[t] je willen delen en samen bekijken of we ook bij jou, net als wij bij onze kwekerijen hebben gedaan, e.e.a. verder kunnen optimaliseren.
Je mag me altijd bellen.”
3.1.22.Per e-mail van 20 januari 2022 heeft [geïntimeerden] aan [naam 1] medegedeeld dat het recht op de klantenvergoeding is komen te vervallen omdat hij het concurrentiebeding uit de vaststellingsovereenkomst heeft overtreden. Volgens [geïntimeerden] is sprake van een overtreding omdat [bedrijf 1] waterstofperoxide-producten te koop heeft aangeboden en [naam 1] (indirect) aandeelhouder en bestuurder van deze vennootschap is.
3.1.23.In de periode vanaf begin 2022 is [geïntimeerden] vrijwel al haar waterstofperoxide-klanten kwijt geraakt.