ECLI:NL:GHAMS:2025:3626

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
23-002459-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis met aanpassing van strafoplegging in hoger beroep na inbraak op bouwterrein

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 18 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 31 augustus 2023. De verdachte, geboren in 1988, had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis waarin hij was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden voor een inbraak op een bouwterrein. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank, maar paste de strafoplegging aan. De rechtbank had de verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar het hof oordeelde dat, gezien de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van 80 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, meer passend was. De verdachte had zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de inbraak waarbij aanzienlijke schade was veroorzaakt aan verschillende aannemers. Het hof hield rekening met het feit dat de verdachte inmiddels in Duitsland woont, daar een gezin heeft en als kostwinner fungeert. De straf werd gematigd om herhaling te voorkomen, en het hof oordeelde dat de verdachte niet terug hoefde naar de gevangenis. Daarnaast werd er een motivering gegeven ten aanzien van inbeslaggenomen goederen, waarbij werd vastgesteld dat deze niet voor verbeurdverklaring vatbaar waren. De beslissing van het hof was gebaseerd op verschillende artikelen van het Wetboek van Strafrecht.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002459-23
datum uitspraak: 18 december 2025
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 31 augustus 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-123661-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1988,
adres: [adres 1] nr. [nummer] ( [adres 2] ).

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 december 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis van de politierechter en zal dit daarom bevestigen, behalve ten aanzien van de strafoplegging – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof de beslissing op het beslag nader zal motiveren.

Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechtbank is opgelegd.
De raadsvrouw heeft bepleit om aan de verdachte geen hogere gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die hij al in voorarrest heeft gezeten.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gevonden aan een inbraak op een bouwterrein, waarbij een grote hoeveelheid gereedschap uit diverse containers is weggenomen. Duidelijk is dat verschillende aannemers veel schade hebben geleden en dat de verdachte en zijn mededaders enkel oog hadden voor financieel gewin en andersmans eigendom niet respecteerden. Gelet op het planmatig handelen en de omvang van de schade, kan niet worden volstaan met een andere dan een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Het hof heeft ook rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Uit de terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte inmiddels met zijn gezin woonachtig is in Duitsland, dat hij daar een baan heeft in de bouw en de kostwinner is voor zijn vrouw en hun vier kinderen. Daarnaast is hij in Nederland een first offender.
Gelet op voornoemde omstandigheden en het tijdsverloop is het hof van oordeel dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. Om herhaling te voorkomen zal het hof een deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk op legen.
Het hof acht, alles afwegende, een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Aanvullende motivering ten aanzien van het beslag

Ter gelegenheid van het onderzoek ter zake van een op de verdachte rustende verdenking zijn een aantal goederen inbeslaggenomen. Op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld aan wie deze toebehoren en het dossier bevat geen informatie op basis waarvan kan worden geoordeeld dat deze voorwerpen voor verbeurdverklaring vatbaar zijn, zodat de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van deze inbeslaggenomen goederen wordt gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
80 (tachtig) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
30 (dertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. N. van der Wijngaart en mr. A.H. Tiemens, in tegenwoordigheid van mr. R.M. ter Horst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 december 2025.
Mr. P. Greve is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[…]