Op 18 december 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, dat op 25 juli 2023 was gewezen. De zaak betreft een verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling. De verdachte heeft het slachtoffer met een mes op de keel geslagen, wat resulteerde in een snijwond die gehecht moest worden. De politierechter had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden. In hoger beroep heeft de advocaat-generaal een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden geëist, met een proeftijd van 2 jaar. Het hof heeft de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte in overweging genomen. De verdachte is momenteel in het kader van een voorwaardelijke invrijheidsstelling op vrije voeten en heeft positieve ontwikkelingen doorgemaakt in zijn leven. Het hof heeft besloten om de gevangenisstraf geheel voorwaardelijk op te leggen, maar wel hoger dan de politierechter had gedaan, om de ernst van de feiten te benadrukken. Daarnaast is er een vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding van € 2.000,00, waarvan de politierechter € 500,00 heeft toegewezen. Het hof heeft de vordering in hoger beroep volledig toegewezen, gezien het lichamelijk letsel dat de benadeelde partij heeft opgelopen. Het hof heeft de beslissing van de politierechter ten aanzien van de straf en de vordering van de benadeelde partij vernietigd en opnieuw recht gedaan.