ECLI:NL:GHAMS:2025:3388
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige met bijzondere zorgbehoefte
De zaak betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een negenjarige minderjarige met een zeldzame aandoening, het Kabuki syndroom, die vanwege zijn bijzondere zorgbehoefte niet bij zijn ouders kan opgroeien. De moeder is het niet eens met het perspectiefbesluit van de gecertificeerde instelling (GI) dat terugplaatsing naar de ouders niet wordt nagestreefd en heeft hoger beroep ingesteld tegen de verlenging van de uithuisplaatsing.
De rechtbank had de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 8 april 2026 en het perspectiefbesluit onderschreven. Het hof bevestigt dat het perspectiefbesluit in het kader van de uithuisplaatsing getoetst kan worden en oordeelt dat het besluit terecht is genomen. De moeder heeft weliswaar grote stappen gezet in de zorg voor de minderjarige, maar kan de volledige doordeweekse zorg niet dragen. De zorg is zwaar en de meeleefouders, die een professionele zorgachtergrond hebben, bieden een stabielere omgeving.
Het hof benadrukt dat beide ouders ondanks de uithuisplaatsing een groot aandeel in de zorg behouden, wat waardevol is. De inbreuk op het gezinsleven is gerechtvaardigd vanwege het belang van de minderjarige bij een optimale opvoedsituatie. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt daarom verlengd en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot 8 april 2026 en onderschrijft het perspectiefbesluit van de gecertificeerde instelling.