Uitspraak
1.[appellant 1] ,
[appellant 2] ,
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
Indien ik ten tijde van mijn overlijden niet ben gehuwd met mijn partner en de samenwoning met mijn partner is verbroken vervallen alle beschikkingen met betrekking tot mijn partner en haar bloedverwanten, behoudens mijn afstammelingen. De beschikkingen blijven echter wel in stand indien de samenwoning door omstandigheden buiten onze wil is geëindigd.”
Op basis van alle informatie die ik tot op heden heb ontvangen constateer ik dat de samenwoning tussen uw zoon en[hof: [naam 2] ]
is geëindigd door zijn overlijden. In dat geval is[hof: [naam 2] ]
enig erfgenaam in de nalatenschap van uw zoon en is[hof: [naam 2] ]
verplicht het legaat aan[hof: klaagster]
uit te keren. Ik ben voornemens om een verklaring van erfrecht af te geven waarin ik constateer dat[hof: [naam 2] ]
de enige erfgename van uw zoon is omdat uit zijn laatste testament blijkt dat zij tot enig erfgenaam is benoemd indien de samenwoning door overlijden is beëindigd. Indien u van mening bent dat afgifte van deze verklaring van erfrecht onjuist is, bijvoorbeeld omdat de samenwoning toch voor overlijden is beëindigd, dan staat het u vrij om de door de wet aan u toegekende rechten te gebruiken(…)”
Voor verder advies verwijs ik u naar uw advocaat. Ik deel u bij deze mee dat ik de verklaring van erfrecht zonder nader bericht afgeef op 11 juni aanstaande. Mocht u gebruik willen maken van de door u toekomende rechten dan dient u deze voor die tijd uit te oefenen.”
Ik maak uit uw bericht op dat u het oordeel of[hof: [naam 2] ]
erfgename is eventueel in kort geding wil laten toetsen. Gezien het feit dat er dan op korte termijn een gerechtelijke uitspraak zal zijn ten aanzien van het zijn van erfgenaam in deze nalatenschap, zal ik afgifte van de verklaring van erfrecht opschorten totdat de uitspraak van de rechter is gegeven. Indien u niet overgaat tot de toetsing in kort geding wie de erfgenaam is deel ik u mee dat ik vooralsnog overga tot afgifte van de verklaring van erfrecht aan[hof: [naam 2] ].
Om u echter de tijd te geven voor een zorgvuldige procesvoorbereiding zal ik ten aanzien daarvan een nader uitstel verlenen tot 21 juni 2024 om 12.00 uur in plaats van het eerdergenoemde tijdstip van 11 juni 2024(…)”
Overigens verzoekt u mij afgifte van een testament en een samenlevingsovereenkomst. Zolang uw cliënten niet in rechte als erfgenamen zijn aangewezen kan ik vanwege mijn geheimhoudingsplicht geen kopie van deze documenten verstrekken anders dan het reeds afgegeven uittreksel van het testament waaruit het legaat van uw cliënte blijkt. Indien de rechter anders beslist zal ik mij uiteraard ook in deze conformeren aan de uitspraak van de rechter.”
De status waar we nu in zitten is dat ik eerst nog de stukken die u heeft aangeleverd wil doornemen. Daar heb ik tijd voor nodig. Tot die tijd kan ik sowieso niet constateren of u erfgenaam bent en daarom of u gerechtigd bent tot de stukken waar u om vraagt. Het kan ook zijn dat ik constateer dat deze nalatenschap zich niet leent voor het op verzoek van een van de partijen afgeven door een notaris van een verklaring van erfrecht, omdat de notaris zich dan een feitelijk oordeel aanmeet in een situatie waarin daar wellicht geen plaats voor is.”
Het kan zijn dat in hoger beroep of in een bodemprocedure wordt geconstateerd dat de samenleving niet is geëindigd door het overlijden van de overledene. In dat geval blijkt dat [naam 2] nooit erfgenaam en nooit executeur is geweest(…)
.”
Het hof constateert dat in die verklaring van erfrecht al uitdrukkelijk rekening is gehouden met de mogelijkheid dat in rechte komt vast te staan dat de samenwoning niet is geëindigd door het overlijden van de erflater en dat in dat geval [naam 2] nooit erfgenaam en nooit executeur is geweest.(…)”