ECLI:NL:GHAMS:2025:3220

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
23-000779-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling in hoger beroep naar aanleiding van de ongeregeldheden rond wedstrijd Ajax - Maccabi Tel Aviv

Op 4 december 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 19 maart 2025. De zaak betreft ongeregeldheden rondom de wedstrijd tussen Ajax en Maccabi Tel Aviv, waarbij de verdachte is beschuldigd van het opzettelijk verschaffen van inlichtingen tot het plegen van geweld. De verdachte heeft in een WhatsApp-groep, waarin hij de rol van groepsbeheerder op zich nam, berichten gestuurd die aanzetten tot geweld tegen personen en goederen. De tenlastelegging omvatte ook beledigende uitlatingen over Joden. Het hof heeft de verdachte vrijgesproken van de beledigende uitlatingen, omdat deze niet bewezen konden worden. Echter, het hof achtte het wel bewezen dat de verdachte opzettelijk inlichtingen heeft verschaft die tot geweld konden leiden. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 27 dagen en een taakstraf van 50 uur. Het hof heeft de eerdere veroordeling van de rechtbank vernietigd en opnieuw recht gedaan, waarbij het de ernst van de feiten en de omstandigheden van de verdachte in overweging heeft genomen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000779-25
datum uitspraak: 4 december 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 19 maart 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-386936-24 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag],
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
20 november 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte en het openbaar ministerie hebben hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Vordering wijziging tenlastelegging – eerste aanleg
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte de in eerste aanleg gevorderde wijziging van de tenlastelegging heeft toegelaten. Daartoe heeft zij – kort gezegd – aangevoerd dat met deze wijziging geen sprake meer was van ‘hetzelfde feit’ als bedoeld in artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). De raadsvrouw heeft het hof verzocht dit te herstellen en recht te doen op de in de inleidende dagvaarding opgenomen, oorspronkelijke tenlastelegging.
Het hof heeft zich ter terechtzitting verenigd met het standpunt van de raadsvrouw. Door de in eerste aanleg toegelaten wijziging is aan de verdachte onder 2 een ander feit tenlastegelegd. Hoewel de pleegplaats, pleegperiode, context en toepasselijke strafbepaling ongewijzigd zijn gebleven, wijkt het feitelijk substraat significant af van hetgeen in de oorspronkelijke tenlastelegging was opgenomen. Daarbij heeft het hof betrokken dat vast is komen te staan dat alle in de oorspronkelijke tenlastelegging opgenomen uitlatingen betrekking hebben op een andere verdachte dan de verdachte in deze zaak.
Het hof heeft de behandeling voortgezet op basis van de oorspronkelijke, in de inleidende dagvaarding opgenomen tenlastelegging.
Vordering wijziging tenlastelegging – hoger beroep
In hoger beroep heeft de advocaat-generaal wederom gevorderd de tenlastelegging ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde te wijzigen. Het hof heeft deze vordering afgewezen, nu de aard van de voorgestelde wijziging leidt tot dezelfde bezwaren als die welke aanleiding vormden voor het hiervoor vermelde oordeel over de wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg.
Het voorgaande leidt ertoe dat aan de verdachte ten laste is gelegd dat:
1.
hij op een of meer tijdstippen in de periode van 7 november 2024 tot en met 8 november 2024 te Amsterdam en/of Hilversum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van geweld tegen personen en/of goederen door de rol van groepsbeheerder van de Whatsappgroep [naam 1] op zich te nemen en/of deel te nemen aan de Whatsappgroep [naam 1] en/of in deze Whatsgroep berichten te sturen/verzenden waarin hij, verdachte – zakelijk weergegeven –
- informatie verschaft over de locatie waar men moet verzamelen en/of
- informatie verschaft over de locatie waar ‘ze’ de metro uit komen en/of verblijven en/of
- vraagt om cobra’s mee te nemen en/of
- informatie verschaft over de manier waarop gevochten zou moeten worden door het volgende bericht te sturen ‘Doe alsof je ajax supporter bent dan vecht je tegen die joden’ en/of
- een link stuurt naar een andere Whatsappgroep genaamd [naam 2] en/of
- een link stuurt naar een andere Telegramgroep genaamd [naam 3]’ en/of
- initiatieven geeft over wat de groep moet doen door het volgende bericht te sturen ‘beste is na de wedstrijd verspreid door de staf en bij hotels stallen, tot je de mogelijkheid hebt. Als mannen extra nodig zijn locatie delen’ en/of
- instructies geeft over wat met ‘ze’ te doen door het volgende bericht te sturen ‘zijn overal, sloop ze, erop af' en/of ‘waka die vlag pakken’ en/of
- instructies geeft over het codewoord ten behoeve van het (gezamenlijk) plegen van geweld en/of mishandelingen gericht tegen personen;
2
primairhij op een of meer tijdstippen in de periode van 7 november 2024 tot en met 8 november 2024 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, zich in het openbaar mondeling, bij geschrift en/of bij afbeelding opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Joden wegens hun ras, en/of godsdienst, door het vergoelijken van een van de feiten als omschreven in de artikelen 3 tot en met 6, 7, tweede lid, en 8 tot en met 8b van de Wet internationale misdrijven of een van de feiten als omschreven in artikel 6 van het Handvest van de Internationale Militaire Rechtbank, gehecht aan het Verdrag van Londen van 8 augustus 1945,
en/of
door het ontkennen of verregaand bagatelliseren van een van de feiten als omschreven in de artikelen 3 tot en met 6, 7, tweede lid, en 8 tot en met 8b van de Wet internationale misdrijven of een van de feiten als omschreven in artikel 6 van het Handvest van de Internationale Militaire Rechtbank, gehecht aan het Verdrag van Londen van 8 augustus 1945, voor zover dat feit bij onherroepelijke beslissing is vastgesteld door een internationaal gerecht dat zijn rechtsmacht ontleent aan een verdrag waarbij het Koninkrijk partij is of door de Nederlandse rechter,
door in een Whatsapp groepschat (genaamd [naam 1]) berichten te sturen met daarin de volgende afbeeldingen en/of uitingen:
- afbeelding van Anne Frank met ‘lachgas is voor losers. Ik gebruik Zyklon B’ en/of
- afbeelding van Hitler met ‘kzeg gas erop’ en/of
- afbeelding van Hitler met ‘pull up pull up gas’ en/of
- ‘ Hamas Hamas alle Joden aan het gas’ en/of
- afbeelding van cartoon-achtige tekening van Hitler met hakenkruis en daarbij ‘aufkankeren’
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
2
subsidiairhij op een of meer tijdstippen in de periode van 7 november 2024 tot en met 8 november 2024 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, zich in het openbaar mondeling, bij geschrift en/of bij afbeelding opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Joden wegens hun ras, en/of godsdienst, door in een Whatsapp groepschat (genaamd [naam 1]) berichten te sturen met daarin de volgende afbeeldingen en/of uitingen:
- afbeelding van Anne Frank met ‘lachgas is voor losers. Ik gebruik Zyklon B’ en/of
- afbeelding van Hitler met ‘kzeg gas erop’ en/of
- afbeelding van Hitler met ‘pull up pull up gas’ en/of
- ‘ Hamas Hamas alle Joden aan het gas’ en/of
- afbeelding van cartoon-achtige tekening van Hitler met hakenkruis en daarbij ‘aufkankeren’
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Vrijspraak ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde

Met de advocaat-generaal en de raadsvrouw is het hof van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de verdachte de tenlastegelegde uitingen heeft gedaan. Uit het dossier is immers gebleken dat deze uitingen betrekking hebben op een zaak tegen een andere verdachte. Gelet hierop zal de verdachte worden vrijgesproken van het onder 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde.

Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1. Daartoe heeft zij – kort gezegd – aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de verdachte met het sturen van de berichten in de WhatsAppgroep [naam 1] bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat anderen openlijk geweld zouden plegen.
Het hof overweegt als volgt.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij in de nacht van 7 op 8 november 2024 aan het werk was als taxichauffeur in het centrum van Amsterdam. Naar eigen zeggen was hij wel op de hoogte van het door de Maccabi-supporters gepleegde geweld, maar niet van het tegen hen gerichte geweld. De in de WhatsAppgroep [naam 1] gedeelde video’s zou hij ook pas op een later moment hebben bekeken.
Het hof acht deze verklaring, bezien in het licht van de inhoud van het dossier, volstrekt onaannemelijk. Uit de inhoud en strekking van de door de verdachte verzonden berichten, in samenhang met de frequentie waarmee deze zijn verstuurd en het als taxichauffeur in de avond en nacht van het gepleegde geweld steeds aanwezig zijn in (en rondrijden door) het centrum van Amsterdam, volgt dat de verdachte wel degelijk op de hoogte moet zijn geweest van op zijn minst een groot deel van het geweld dat toen plaatsvond. Het kan niet anders dan dat de verdachte zich bewust is geweest van de situatie ter plaatse en van de betekenis van zijn berichten binnen de groep. Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte opzet had op het verschaffen van inlichtingen tot het plegen van openlijk geweld.
Door op deze wijze actief en doelgericht deel te nemen aan de WhatsAppgroep [naam 1] heeft de verdachte bovendien nauw en bewust samengewerkt met de andere deelnemers. Het hof komt daarom eveneens tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde medeplegen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in de periode van 7 november 2024 tot en met 8 november 2024 te Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van geweld tegen personen en/of goederen door de rol van groepsbeheerder van de Whatsappgroep [naam 1] op zich te nemen en deel te nemen aan de Whatsappgroep [naam 1] en in deze Whatsappgroep berichten te sturen waarin hij, verdachte – zakelijk weergegeven –
- informatie verschaft over de locatie waar men moet verzamelen en
- informatie verschaft over de locatie waar ‘ze’ de metro uit komen en verblijven en
- vraagt om cobra’s mee te nemen en
- informatie verschaft over de manier waarop gevochten zou moeten worden door het volgende bericht te sturen ‘Doe alsof je ajax supporter bent dan vecht je tegen die joden’ en
- een link stuurt naar een andere Whatsappgroep genaamd [naam 2] en
- een link stuurt naar een andere Telegramgroep genaamd [naam 3]’ en
- instructies geeft over wat de groep moet doen door het volgende bericht te sturen ‘beste is na de wedstrijd verspreid door de staf en bij hotels stallen, tot je de mogelijkheid hebt. Als mannen extra nodig zijn locatie delen’ en
- instructies geeft over wat met ‘ze’ te doen door het volgende bericht te sturen ‘zijn overal, sloop ze, erop af' en/of ‘waka die vlag pakken’ en
- instructies geeft over het codewoord
ten behoeve van het (gezamenlijk) plegen van geweld en/of mishandelingen gericht tegen personen.
Hetgeen onder 1 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van opzettelijk inlichtingen verschaffen tot het plegen van geweld tegen personen en goederen.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straffen en maatregel

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, met aftrek van voorarrest. De rechtbank heeft de verdachte ten aanzien van feit 2 ontslagen van alle rechtsvervolging.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 dagen, waarvan 15 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en met aftrek van voorarrest.
De raadsvrouw heeft – indien het hof tot een bewezenverklaring komt – verzocht een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank zoals opgenomen onder 8.3 van het vonnis waarvan beroep, voor wat betreft de passages ‘
Algemene overweging’, ‘
Ernst van het feit’ en ‘
’Persoon van verdachte’. Het hof neemt deze overwegingen integraal over en maakt deze tot de zijne.
Toch komt het hof tot een andere straf dan de rechtbank. Bij het bepalen van de straf heeft het hof acht geslagen op het reclasseringsadvies van 18 november 2024. Uit dit advies volgt dat het recidiverisico als laag wordt ingeschat en dat de reclassering verschillende contra-indicaties ziet voor het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarbij wordt met name gewezen op de medische problematiek van de verdachte, waaronder epilepsie en claustrofobie, die detentie voor hem extra belastend maken. Gelet op deze omstandigheden ziet het hof geen aanleiding een gevangenisstraf op te leggen die de duur van het voorarrest te boven gaat, maar acht het de hierna vermelde straf passend en geboden.

Beslag

De hiernavolgende goederen zijn onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven:
STK Telefoontoestel (omschrijving: [nummer 1]);
1 STK Telefoontoestel (omschrijving: [nummer 2]);
1 STK Sjaal (omschrijving: [nummer 3]).
Verbeurd verklaring
Het onder 1 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met behulp van de onder 1 genoemde telefoon (galaxy s24). Die behoort de verdachte toe en zal daarom worden verbeurd verklaard.
Teruggave aan de verdachte
Het hof zal de teruggave aan de verdachte gelasten van de onder 2 genoemde telefoon (13 pro).
Bewaring ten behoeve van de rechthebbende
De onder nummer 3 genoemde sjaal dient te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 33, 33a, 47 en 141a van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
27 (zevenentwintig) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.
Verklaart verbeurdhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- 1 STK Telefoontoestel (omschrijving: [nummer 1]).
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- 1 STK Telefoontoestel (omschrijving: [nummer 2]).
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbendevan het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- 1 STK Sjaal (omschrijving: [nummer 3]).
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.S. Ludwig, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. E.J Hofstee, in tegenwoordigheid van
mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
4 december 2025.