Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:3159

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
26 november 2025
Zaaknummer
000397-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 533 SvArt. 408 SvArt. 530 SvArt. 533 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tot schadevergoeding wegens termijnoverschrijding na onherroepelijke einduitspraak

Verzoeker diende een verzoekschrift in op grond van artikel 530 en Pro 533 Sv voor vergoeding van schade en kosten als gevolg van voorlopige hechtenis en rechtsbijstand in een strafzaak. Het verzoekschrift werd ingediend op 26 mei 2025, na het onherroepelijk worden van de einduitspraak op 31 december 2024.

Het hof beoordeelde de ontvankelijkheid van het verzoek en stelde vast dat de wettelijke termijn van drie maanden na onherroepelijke einduitspraak was overschreden. Verzoeker stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat hij was uitgezet naar Marokko en daardoor niet bereikbaar was voor zijn advocaat en niet op de hoogte was van de vrijspraak.

Het hof verwierp dit verweer omdat verzoeker onvoldoende had onderbouwd waarom hij niet bereikbaar was en omdat hij wist van de zitting. Het lag op verzoeker om contact op te nemen met zijn advocaat om de uitspraak te vernemen. Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schadevergoeding.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn voor het indienen van het verzoek.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000397-25 (530 Sv) en 000398-25 (533 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-000398-24
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 en Pro 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1993,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. T. Mustafazade,
Keizersgracht 555, 1017 DR Amsterdam.

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 26 mei 2025 ingekomen.
Op 17 juni 2025 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 4 november 2025 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet in raadkamer verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 560,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.

3.Beoordeling van het verzoek

Ontvankelijkheid
Een verzoek ex artikel 533 Sv Pro kan volgens artikel 2 van Pro dat artikel slechts worden ingediend binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak. Indien een zaak eindigt met een einduitspraak vangt de termijn voor het indienen van een verzoekschrift aan op de dag van het onherroepelijk worden van die einduitspraak. In hoger beroep is na schorsing van het onderzoek voor onbepaalde tijd en het opnieuw aanvangen en sluiten van het onderzoek op 16 december 2024 direct uitspraak gedaan. Verzoeker is voor die zitting niet in persoon opgeroepen en was ook niet ter zitting aanwezig. Blijkens de aantekeningen van de griffier was de raadsvrouw van verzoeker wel aanwezig en heeft zij verklaard gemachtigd te zijn om in hoger beroep de verdediging te voeren, tevens heeft zij aangegeven dat verzoeker van de zitting op die dag op de hoogte was. Gelet op artikel 408 Sv Pro is de strafzaak tegen de verdachte daarom op 31 december 2024 onherroepelijk geworden en is het onderhavige verzoek niet binnen de daarvoor geldende termijn van drie maanden ingediend.
De advocaat van verzoeker heeft gesteld dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Volgens de advocaat verbleef verzoeker op het moment van de vrijspraak niet meer in Nederland, maar was hij reeds uitgezet naar Marokko. Hij was om die reden voor zijn advocaat niet bereikbaar was en hij wist ook niet van de vrijspraak.
Het hof volgt het standpunt van de advocaat niet. Het enkele feit dat verzoeker reeds voorafgaande aan de behandeling van de strafzaak in hoger beroep was uitgezet, is zonder nadere onderbouwing onvoldoende voor het aannemen van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het is in beginsel aan verzoeker om er voor te zorgen dat hij voor zijn advocaat bereikbaar is, waarbij hier bovendien ook nog speelt dat verzoeker wist van de behandeling van zijn zaak op 16 december 2025. Het lag daarom op de weg van verzoeker om kort na die datum contact op te nemen met zijn advocaat, teneinde de uitspraak te kunnen vernemen. Het hof zal verzoeker daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek.

4.Beslissing

Het hof :
Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, A.W.T. Klappe en D. Greven, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 25 november 2025.