Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de politierechter te Noord-Holland vernietigd wegens onvoldoende motivering en heeft de verdachte veroordeeld voor mishandeling van zijn vriendin op 30 december 2022 te Landsmeer.
De mishandeling bestond uit stompen in het gezicht en op het lichaam, duwen en over de grond slepen, wat heeft geleid tot ernstig letsel zoals een gebroken pols, vermoedelijk gebroken ribben en een scheur in het schouderblad. Het hof achtte de strafbaarheid bewezen en verwierp het verweer van de verdachte.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het plaatsvond, het eerdere strafblad van de verdachte en het feit dat hij verantwoordelijkheid ontkende. Tegelijkertijd nam het hof mee dat de relatie met het slachtoffer hersteld is en dat de verdachte zich vrijwillig heeft aangemeld voor behandeling van agressieproblematiek, waardoor het recidiverisico laag wordt ingeschat.
De redelijke termijn in hoger beroep was overschreden, wat het hof deed besluiten tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van veertien dagen met een proeftijd van twee jaar, aangevuld met een taakstraf van tachtig uur en een dag onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof achtte deze straf passend en geboden.