ECLI:NL:GHAMS:2025:298
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2016, waarbij de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen en een co-ouderschapsregeling hanteren. De kinderrechter had de ondertoezichtstelling reeds verlengd tot 21 juni 2025 vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind.
De moeder kwam in hoger beroep tegen deze verlenging en verzocht primair om opheffing en subsidiair om verkorting van de termijn. Zij stelde dat de hulpverlening in een vrijwillig kader kon worden voortgezet en dat de ondertoezichtstelling belastend was. De gecertificeerde instelling (GI), de vader en de Raad voor de Kinderbescherming onderschreven het belang van de verlenging vanwege de voortdurende spanningen tussen de ouders, het stagneren van hulpverleningstrajecten en zorgen over het welzijn van het kind.
Het hof overwoog dat ondanks het verstrijken van meerdere jaren sinds de relatiebeëindiging, de ouders niet in staat zijn tot constructief overleg, waardoor het belang van het kind wordt geschaad. De moeder vertoont intimiderend gedrag dat samenwerking belemmert. De minderjarige vertoont spanningsklachten en hyperalert gedrag, wat wijst op een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Het hof concludeerde dat de ondertoezichtstelling terecht is verlengd en dat het dwingende kader noodzakelijk blijft. Het hof wees het hoger beroep van de moeder af en bekrachtigde de beschikking van de kinderrechter.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige tot 21 juni 2025.