In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 28 januari 2025. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. Na onderzoek ter terechtzitting op 20 oktober 2025 heeft het hof kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging.
Het hof heeft het vonnis van de politierechter bevestigd, met uitzondering van de beslissing omtrent de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde taakstraf van 60 uren. Het openbaar ministerie had deze vordering ingediend, maar het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in deze vordering.
De beslissing houdt in dat het vonnis wordt vernietigd voor zover het gaat om de tenuitvoerlegging, en dat het hof in die zin opnieuw recht doet door het OM niet-ontvankelijk te verklaren. Voor het overige blijft het vonnis ongewijzigd van kracht. Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 3 november 2025.