De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor dierenmishandeling van haar bruine/witte hond op 9 juli 2022 in Amsterdam. In hoger beroep stelde zij zich onder meer op het standpunt dat de datum van mishandeling onduidelijk was en dat het welzijn van de hond niet was benadeeld. Het hof oordeelt echter dat de mishandeling wettig en overtuigend is bewezen aan de hand van camerabeelden waarop te zien is dat de verdachte haar hond zonder aanleiding meerdere malen met een riem sloeg.
De verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheden zijn aangevoerd die de strafbaarheid uitsluiten. Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter voor zover het oordeel betreft en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar volgens de Wet dieren. De verdachte wordt veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete van €500 met een proeftijd van één jaar.
Daarnaast verklaart het hof de in beslag genomen hond verbeurd. Dit omdat de hond meerdere malen zonder aanleiding werd mishandeld en uit rapportages blijkt dat de hond angstig is en er gevaar is voor herhaling. De verdachte krijgt de hond niet terug. De overschrijding van de redelijke termijn wordt geconstateerd, maar gezien de voorwaardelijke straf wordt hieraan geen verdere consequentie verbonden.