De verdachte werd in hoger beroep geconfronteerd met de tenlastelegging van medeplegen van witwassen van een groot contant geldbedrag van €73.660, aangetroffen in een boodschappentas in zijn auto te Nieuw-Vennep. Het hof oordeelde dat het bezit van dit bedrag, de wijze van verpakking, het liegen tegen de politie en het gebruik van een token een vermoeden van witwassen opriepen.
De verdachte verklaarde dat hij het geld als vriendendienst vanuit Duitsland naar Nederland had gebracht, maar kon deze verklaring niet concreet of verifieerbaar onderbouwen. Hierdoor werd het vermoeden van witwassen niet weerlegd. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte wist dat het geld afkomstig was uit een misdrijf en dat hij dit medepleegde.
De straf werd bepaald aan de hand van de ernst van het feit en persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn eerdere onbestrafte verleden en medische situatie. Het hof legde een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand op, waarbij de verbeurdverklaring van de auto strafmatigend werd meegewogen.
De verdachte werd vrijgesproken van andere tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden. De opgelegde straf weerspiegelt de ernst van het witwassen en de noodzaak van een stok achter de deur vanwege het gebrek aan inzicht van de verdachte in de strafwaardigheid van zijn handelen.