Op 13 februari 2025 heeft de verdachte te Haarlem winkelgoederen van een winkel weggenomen met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen. De politierechter veroordeelde de verdachte tot 16 dagen gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. De verdachte stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.
Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en de tenlastelegging op enkele punten verduidelijkt en beperkt. Het hof acht bewezen dat de verdachte diefstal heeft gepleegd, maar spreekt hem vrij van overige tenlastegelegde feiten. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde is onomstreden.
Bij de strafoplegging heeft het hof rekening gehouden met de ernst van het feit, eerdere veroordelingen voor winkeldiefstal, en persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder een zorgmachtiging en medicatiegebruik. Het hof bevestigt een gevangenisstraf van 16 dagen, gelijk aan de voorlopige hechtenis.
Daarnaast heeft het openbaar ministerie gevorderd de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Het hof wijst deze vordering af vanwege de lopende zorgmachtiging en de huidige situatie van de verdachte.
Het arrest is uitgesproken op 8 oktober 2025 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.