ECLI:NL:GHAMS:2025:2738

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 oktober 2025
Publicatiedatum
13 oktober 2025
Zaaknummer
200.359.769/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:349a BWArt. 27 lid 1 RvArt. 28 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondernemingskamer wijst ex parte voorzieningen toe bij twijfel aan juist beleid Nexperia

Nexperia Holding B.V. en Nexperia B.V. hebben bij de Ondernemingskamer een verzoek ingediend tot het instellen van een enquête wegens gegronde redenen om te twijfelen aan het beleid en de gang van zaken binnen de vennootschappen. Tevens werd verzocht om onmiddellijke voorzieningen, waaronder de schorsing van de CEO als statutair bestuurder, benoeming van een niet-uitvoerende bestuurder, overdracht van aandelenbeheer en bescherming van de CLO tegen ontslag.

De Staat der Nederlanden steunde het verzoek en drong aan op spoedige toewijzing. De Ondernemingskamer besloot ex parte, voorafgaand aan de mondelinge behandeling, een deel van de gevraagde voorzieningen toe te wijzen vanwege de bijzondere aard en spoedeisendheid van het verzoek. De zitting over de voorzieningen werd gepland op 6 oktober 2025, maar de voorlopige maatregelen werden reeds op 1 oktober 2025 getroffen.

De voorzieningen omvatten onder meer de schorsing van de CEO als uitvoerende bestuurder van Nexperia Holding en als niet-uitvoerende bestuurder van Nexperia B.V., de schorsing van de werking van een bestuursreglement, en de overdracht van alle aandelen in Nexperia Holding aan een door de Ondernemingskamer aan te wijzen beheerder. Tevens werd besloten de procedure met gesloten deuren te behandelen en mededelingen aan derden te verbieden.

De Ondernemingskamer motiveerde haar voorlopige oordeel op basis van de aangevoerde gronden in het verzoekschrift en een ministerieel bevel, waarbij gegronde redenen bestaan om te twijfelen aan het juiste beleid en de juiste gang van zaken binnen Nexperia c.s. De zaak wordt verder aangehouden voor nadere besluitvorming na de mondelinge behandeling.

Uitkomst: De Ondernemingskamer wijst ex parte voorzieningen toe waaronder schorsing van de CEO en overdracht van aandelenbeheer wegens gegronde twijfel aan het beleid van Nexperia.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.359.769/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 1 oktober 2025
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEXPERIA HOLDING B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEXPERIA B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
VERZOEKSTERS,
advocaten: mr. J.L. van der Schrieck en mr. M.C. Burggraaf, beiden kantoorhoudend te Amsterdam,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEXPERIA HOLDING B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEXPERIA B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
VERWEERSTERS,
advocaten: mr. J.L. van der Schrieck en mr. M.C. Burggraaf, beiden kantoorhoudend te Amsterdam,
en tegen
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
YUCHING HOLDING LIMITED,
gevestigd te Hong Kong,
2.
[bestuurder/CEO],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
en tegen

3 [bestuurder/CLO] ,

woonplaats kiezende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDE,
en tegen

4 DE STAAT DER NEDERLANDEN, MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN,

zetelende te Den Haag,
advocaat: mr. P.P.M. van Kippersluis, kantoorhoudend te Den Haag.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen als volgt worden aangeduid:
Verzoeksters tevens verweersters als:
Nexperia Holding respectievelijk Nexperia B.V. en gezamenlijk als Nexperia c.s.
belanghebbende sub 1 als:
Yuching Holding
Belanghebbende sub 2 als:
[bestuurder/CEO]
Belanghebbende sub 3 als:
[bestuurder/CLO]
Belanghebbende sub 4 als:
de Staat

1.Het verloop van het geding

1.1
Nexperia c.s. hebben bij verzoekschrift van 1 oktober 2025, alsmede bij begeleidende brief van mr. Van der Schrieck de Ondernemingskamer verzocht, samengevat,
1. te verstaan dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken bij Nexperia Holding en Nexperia B.V.;
2. een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Nexperia c.s.;
3. als onmiddellijke voorzieningen voor de duur van de procedure:
a. [bestuurder/CEO] te schorsen als statutair bestuurder van Nexperia Holding en Nexperia B.V. en buiten toepassing verklaring van art. 3 van Pro het bestuursreglement van Nexperia B.V.;
b. een derde persoon te benoemen tot niet-uitvoerende bestuurder van Nexperia Holding en Nexperia B.V.;
c. de door Yuching Holding gehouden aandelen in Nexperia Holding over te dragen aan een door de Ondernemingskamer te benoemen beheerder;
d. te verbieden dat [bestuurder/CLO] wordt ontslagen als bestuurder van Nexperia Holding en Nexperia B.V.
4. een of meer nader aan te wijzen als onderzoeker, maar de aanwijzing van deze perso(o)n(en) vooralsnog aan te houden;
5. kosten rechtens.
1.2
Nexperia c.s hebben verzocht om het verzoek te behandelen met gesloten deuren, de zaak niet op te nemen in openbare overzichten van aanhangige zaken en geen mededelingen van de griffie aan derden over deze zaak te doen. Verder hebben Nexperia c.s. verzocht partijen op de voet van art. 28 lid Pro 1, aanhef en onder b, Rv, te verbieden aan derden mededelingen te doen omtrent deze procedure. Nexperia c.s. hebben tot slot verzocht om geen vertrouwelijke informatie op te nemen in de beschikking, dan wel vertrouwelijke informatie weg te laten in de publicatieversie van de beschikking of aan derden te vertrekken.
1.3
De Staat heeft bij brief van 1 oktober 2025 het verzoek ondersteund en de Ondernemingskamer verzocht het verzoek op de kortst mogelijke termijn toe te wijzen.

2.De gronden van de beslissing

2.1
De Ondernemingskamer zal partijen oproepen voor een op 6 oktober 2025 te 13:00 uur te houden mondelinge behandeling van, vooralsnog, uitsluitend het verzoek om onmiddellijke voorzieningen te treffen.
2.2
Om redenen vermeld in paragraaf 1 van het verzoekschrift en in de brief van de Staat (p. 2 onder ‘Vertrouwelijkheid’) zal de Ondernemingskamer op de voet van art. 27 lid Pro 1, aanhef en onder b, Rv bepalen dat het verzoek alsdan zal worden behandeld met gesloten deuren. De Ondernemingskamer zal om dezelfde redenen partijen en belanghebbenden verbieden aan derden mededelingen te doen omtrent deze procedure.
2.3
De Ondernemingskamer ziet in de bijzondere aard van het verzoek en de grote spoedeisendheid van de verzochte voorzieningen aanleiding reeds thans, voorafgaand aan de op maandag 6 oktober 2025, te 13:00 te houden mondelinge behandeling, en dus
ex parteop de voet van artikel 2:349a lid 3 BW te beslissen op - een deel van - de verzochte voorzieningen.
2.4
Naar het voorlopig oordeel van de Ondernemingskamer zijn er gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Nexperia c.s. (vgl. art. 2:349a lid 3 BW). De Ondernemingskamer verwijst ter nadere motivering naar hetgeen Nexperia c.s. daarover in hun verzoekschrift in paragraaf 2 (randnummer 9 tot en met 16) hebben vermeld, zoals uitgewerkt in het vervolg van het verzoekschrift en hetgeen is vermeld in het bevel van de minister van Economische Zaken van 30 september 2025 (bijlage 1 bij het verzoekschrift).
2.5
Wat betreft de spoedeisendheid verwijst de Ondernemingskamer naar hetgeen is vermeld in de brief van mr. Van der Schriek van 1 oktober 2025, p. 1 tot en met 5, eerste alinea. Op de gronden vermeld in het verzoekschrift, paragraaf 6 en 7 zal het verzoek worden toegewezen als in het dictum vermeld.
2.6
De Ondernemingskamer zal de zaak niet opnemen in openbare overzichten van aanhangige zaken en zal geen mededelingen aan derden over deze zaak doen.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
a. bepaalt dat het verzoek om onmiddellijke voorzieningen te treffen op maandag 6 oktober 2025 om 13:00 uur met gesloten deuren zal worden behandeld;
b. verbiedt verzoeksters, verweersters, belanghebbenden en alle overige (rechts)personen die kennis hebben of op enig moment zullen krijgen van deze procedure aan derden mededelingen te doen omtrent deze procedure;
c. verstaat dat naar voorlopig oordeel gegronde redenen bestaan om te twijfelen aan een juist beleid of juiste gang van zaken van Nexperia Holding B.V. en van Nexperia B.V.;
d. schorst, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog totdat na de mondelinge behandeling van 6 oktober 2025 op het verzoek onmiddellijke voorzieningen te treffen zal zijn beslist, met ingang van heden [bestuurder/CEO] als uitvoerende bestuurder van Nexperia Holding B.V. en als niet-uitvoerende bestuurder van Nexperia B.V.;
e. schorst, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog totdat na de mondelinge behandeling van 6 oktober 2025 op het verzoek onmiddellijke voorzieningen te treffen zal zijn beslist, de werking van artikel 3 van Pro het bestuursreglement van Nexperia B.V.;
f. bepaalt, bij onmiddellijke voorziening en vooralsnog totdat na de mondelinge behandeling van 6 oktober 2025 op het verzoek onmiddellijke voorzieningen te treffen zal zijn beslist, dat alle aandelen in Nexperia Holding B.V. met ingang van heden ten titel van beheer zijn overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon;
g. houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. J.M. de Jongh, mr. E. Loesberg, raadsheren, en prof. dr. M.J.R. Broekema RV en drs. G. Eikelenboom AG, raden, in tegenwoordigheid van mr. J.K.G. Meijer, en in het openbaar uitgesproken door A.W.H. Vink op 1 oktober 2025.