Nexperia Holding B.V. en Nexperia B.V. hebben bij de Ondernemingskamer een verzoek ingediend tot het instellen van een enquête wegens gegronde redenen om te twijfelen aan het beleid en de gang van zaken binnen de vennootschappen. Tevens werd verzocht om onmiddellijke voorzieningen, waaronder de schorsing van de CEO als statutair bestuurder, benoeming van een niet-uitvoerende bestuurder, overdracht van aandelenbeheer en bescherming van de CLO tegen ontslag.
De Staat der Nederlanden steunde het verzoek en drong aan op spoedige toewijzing. De Ondernemingskamer besloot ex parte, voorafgaand aan de mondelinge behandeling, een deel van de gevraagde voorzieningen toe te wijzen vanwege de bijzondere aard en spoedeisendheid van het verzoek. De zitting over de voorzieningen werd gepland op 6 oktober 2025, maar de voorlopige maatregelen werden reeds op 1 oktober 2025 getroffen.
De voorzieningen omvatten onder meer de schorsing van de CEO als uitvoerende bestuurder van Nexperia Holding en als niet-uitvoerende bestuurder van Nexperia B.V., de schorsing van de werking van een bestuursreglement, en de overdracht van alle aandelen in Nexperia Holding aan een door de Ondernemingskamer aan te wijzen beheerder. Tevens werd besloten de procedure met gesloten deuren te behandelen en mededelingen aan derden te verbieden.
De Ondernemingskamer motiveerde haar voorlopige oordeel op basis van de aangevoerde gronden in het verzoekschrift en een ministerieel bevel, waarbij gegronde redenen bestaan om te twijfelen aan het juiste beleid en de juiste gang van zaken binnen Nexperia c.s. De zaak wordt verder aangehouden voor nadere besluitvorming na de mondelinge behandeling.