Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:264

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 januari 2025
Publicatiedatum
31 januari 2025
Zaaknummer
23-001465-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep strafzaak

In deze strafzaak heeft de verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 13 juni 2024. Tijdens de terechtzitting van 17 januari 2025 heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep.

De raadsvrouw van de verdachte heeft per e-mail van 8 januari 2025 aangegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wenst te handhaven, waardoor hij wordt geacht de eerder opgegeven bezwaren tegen het vonnis in te trekken. Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij voortzetting van het hoger beroep.

Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Dit arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 17 januari 2025.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet-handhaving van het beroep.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-001465-24
Datum uitspraak: 17 januari 2025
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 13 juni 2024 in de strafzaak onder parketnummer
13-179714-24 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1978,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
17 januari 2025.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Blijkens een e-mail van 8 januari 2025 van de raadsvrouw van de verdachte wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. J.W.H.G. Loyson en mr. H. Sytema, in tegenwoordigheid van
mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
17 januari 2025.