De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA en mefedron. In hoger beroep vernietigt het hof het vonnis van de politierechter en verklaart bewezen dat de verdachte op 2 april 2020 te Heemskerk 0,77 gram MDMA en 177,15 gram mefedron in bezit had. Het overige ten laste gelegde is niet bewezen verklaard.
De verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend tijdens de terechtzitting in hoger beroep. Het hof baseert zich op diverse bewijsmiddelen, waaronder proces-verbaal van bevindingen, kennisgevingen van inbeslagneming, NFI-rapporten en de bekennende verklaring van de verdachte. Er zijn geen omstandigheden die de strafbaarheid uitsluiten.
Gezien de omvang van de hoeveelheid drugs, die duidt op handel, en de risico’s voor de volksgezondheid, acht het hof een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 100 uur passend. Vanwege de ouderdom van het feit en overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep wordt de taakstraf verminderd met 20 uur tot 80 uur.
Het hof veroordeelt de verdachte tot deze straffen en spreekt hem vrij van overige niet bewezen verklaarde feiten. De gevangenisstraf wordt niet ten uitvoer gelegd tenzij de verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt.